Voorzijde van een briefkaart (postwaardestuk).
Origineel
Voorzijde van een briefkaart (postwaardestuk). A. Segal, Jodenhouttuinen 74-76 I, Amsterdam. Marktwezen van Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W). [Linksboven, paars stempel:]
№ 30 / 3 / 1
[Middenboven, instructiestempel PTT:]
LAAT VOOR DE POST LANGS DEN
BOVENKANT VRIJ
[Afbeelding van briefkaart met aanduiding "4 cm. VRIJ"]
[Rechtsboven, poststempel:]
AMSTERDAM
29 I 17-18
1941
[Midden, groot paars stempel:]
N. 1941 10/1
[Rechterzijde, adresgeadresseerde, handgeschreven in inkt:]
Marktwezen van
Amsterdam
Jan van Galenstraat
14 / W
[Paraaf/teken onderaan]
[Linksonder, afzendergegevens, handgeschreven in inkt:]
AFZ. A. Segal
Jodenhouttuinen 74-76 I
Amsterdam * Administratieve verwerking: De briefkaart is voorzien van duidelijke administratieve kenmerken. De paarse stempels ("№ 30/3/1" en "N. 1941 10/1") wijzen op een formele registratie door de ontvangende instantie, de Gemeentelijke Dienst van het Marktwezen. Het getal "10/1" in het middenstempel zou kunnen verwijzen naar een specifieke afdeling of dossiercategorie binnen de administratie van 1941.
* Locatie ontvanger: De Jan van Galenstraat 14 was het adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam, waar het kantoor van het Marktwezen was gevestigd.
* Postale instructie: De stempel die oproept om de bovenkant vrij te laten voor postale kenmerken was in die tijd gebruikelijk om te voorkomen dat tekst door poststempels onleesbaar zou worden.
* Tijdsbeeld: De kaart is gepost op 29 januari 1941, ruim acht maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Deze briefkaart is een administratief overblijfsel uit een zeer specifieke en donkere periode in de Amsterdamse geschiedenis.
- De Afzender: A. Segal woonde aan de Jodenhouttuinen, een straat in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam (vlakbij het huidige Waterlooplein). In 1941 was dit een dichtbevolkte straat waar voornamelijk Joodse gezinnen woonden.
- Maatregelen tegen Joodse handelaren: In de periode dat deze kaart werd verstuurd (januari 1941), voerden de Duitse bezetters de druk op de Joodse bevolking snel op. Kort hiervoor, in november 1940, waren Joodse ambtenaren ontslagen. In januari 1941 begon de verplichte registratie van alle Joodse inwoners. Specifiek voor het "Marktwezen" gold dat Joodse marktkooplieden steeds verder werden beperkt in hun vrijheid om handel te drijven, wat uiteindelijk zou leiden tot een totaal verbod op hun aanwezigheid op openbare markten.
- Historische relevantie: Hoewel de inhoud van de achterzijde niet zichtbaar is, suggereert de combinatie van de afzender (woonachtig in de Jodenbuurt) en de ontvanger (de marktautoriteit) dat dit schrijven waarschijnlijk betrekking had op een marktvergunning, een standplaats of de aangescherpte regels voor Joodse handelaren in de vroege fase van de Holocaust in Nederland. Kort na het versturen van deze kaart, in februari 1941, zouden de eerste razzia's in deze buurt plaatsvinden en werd de Joodse wijk door de bezetter afgesloten. A. Segal Marktwezen