Handgeschreven brief (verzoek om verontschuldiging voor afwezigheid).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoek om verontschuldiging voor afwezigheid). 22 januari 1941. A. Lopes Dias, Jodenbreestraat 39 III, Amsterdam. Wel Edelen Heer Inspecteur van het Marktwezen. [Linksboven stempels en notities:]
Nº 30 / 5 / 1 M. 1941 24/1
[Rechtsboven:]
ni. hup Amsterdam 22/1 - 41
Aan
Wel. Edelen Heer Inspecteur v/h Marktwezen
[Inhoud:]
Ondergetekende verzoekt beleefd hem excuus te
willen verleenen. Daar ik woensdag 22 Jan bij u
ontboden was. De reden daar van is ik ben de heele
week nog niet uitgeweest met mijn handel door het
slechte weer en ben ik toevallig woensdag voor het
eerst uit gegaan van deze week ik had niemand die
op mijn stal pasten dus kon onmogelijk bij u
komen hopende dat u mij het niet te kwade
zult duiden en s.v.p mij te willen berichtte
wanneer ik bij u kan komen.
Achtend
A. Lopes Dias
Jodenbreestraat 39 III
Amsterdam De brief is geschreven in formeel maar enigszins gebrekkig Nederlands (bijv. "pasten" in plaats van "paste", "berichtte" in plaats van "berichten"). De toon is uiterst beleefd en nederig. De afzender, een marktkoopman, legt uit dat hij niet op een afspraak kon verschijnen omdat hij die dag eindelijk weer kon werken na een week van slecht weer. Omdat hij niemand had om op zijn kraam ("stal") te passen, kon hij zijn werkplek niet verlaten.
Opvallend is dat de brief gedateerd is op de dag van de afspraak zelf (woensdag 22 januari 1941), wat duidt op de urgentie die de afzender voelde om zijn afwezigheid te rechtvaardigen tegenover de autoriteiten. Dit document stamt uit het begin van 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De afzender, A. Lopes Dias, woonde in de Jodenbreestraat en had een achternaam die wijst op een Sefardisch-Joodse achtergrond.
In deze periode nam de druk op de Joodse bevolking snel toe; op 10 januari 1941 was de verplichte aanmelding van personen van "geheel of gedeeltelijk Joodsen bloede" verordend (Verordening 6/41). Voor Joodse marktkooplieden was de situatie precair, aangezien zij afhankelijk waren van vergunningen van het Marktwezen. Het niet verschijnen na een officiële ontbieding kon ernstige gevolgen hebben voor hun broodwinning. Slechts enkele maanden na deze brief, in de loop van 1941, zouden Joodse kooplieden stelselmatig van de openbare markten worden verbannen en naar speciaal aangewezen "Joodse markten" worden verdreven. A. Lopes Marktwezen