Administratief memo/formulier betreffende marktgelden.
Origineel
Administratief memo/formulier betreffende marktgelden. [Rechtsboven in potlood:]
332
[Linksboven, in gedrukt kader met handgeschreven toevoegingen:]
BIJBLAD VAN:
M. – No. 30/11/1 1941
DOORGEZONDEN: 1/3 - '41.
[Onder het kader:]
23/2 '41
[Rechtsboven, handgeschreven:]
St. Vol
pl. 110 Waterlooplein
" 262 Uilenburg
[Rechts midden, doorgehaalde handtekeningen en aantekeningen:]
[Onduidelijke paraaf]
[Doorgehaalde handtekening/naam]
[Doorgehaalde tekst]
[Onduidelijke handgeschreven krabbel]
[Centrale tekst, handgeschreven:]
d.v.p. vrijstellen van betaling
marktgeld vanaf 23 Feb '41
wegens hechtenis.
Waterlooplein } 3.15 schuld
Uilenburg } geen schuld
[Onder de centrale tekst:]
[Paraaf] - 5/3 '41
[Linksonder, paarse stempel:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening: de Heer(?)]
[Rechtsonder, in grote rode krijtletters/cijfers:]
30/11/2 M
[Rechtsonder, handgeschreven:]
12/3/41 VS
[Onderaan de pagina, gedrukte formulierinformatie:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: Het document betreft een ambtelijk verzoek om vrijstelling van marktgeld voor een specifieke koopman die twee standplaatsen in Amsterdam beheerde (Waterlooplein nr. 110 en Uilenburg nr. 262).
* Reden: De opgegeven reden voor de vrijstelling is "hechtenis" (gevangenschap) ingaande op 23 februari 1941.
* Financieel: Er wordt geconstateerd dat er voor de standplaats op het Waterlooplein nog een openstaande schuld is van 3,15 gulden, terwijl de standplaats op Uilenburg schuldenvrij is.
* Proces: Het document toont de ambtelijke weg; het is voorzien van een dossiernummer, ingangsdatum, controledata en de uiteindelijke goedkeuring ("Gezien") door de inspecteur. Dit document is historisch zeer relevant vanwege de datering en locaties. De datum 23 februari 1941 is direct verbonden met de grote razzia’s in de Amsterdamse Jodenbuurt (waartoe het Waterlooplein en Uilenburg behoorden) op 22 en 23 februari 1941. Deze gebeurtenissen vormden de directe aanleiding voor de Februaristaking op 25 en 26 februari.
De "hechtenis" van de marktkraamhouder die op deze datum begon, duidt er zeer waarschijnlijk op dat deze persoon is opgepakt tijdens deze razzia's. Het document illustreert de wrange werkelijkheid waarin de gemeentelijke bureaucratie (de marktadministratie) gewoon doorliep en zich bezighield met kleine bedragen aan marktgeld, terwijl de Joodse bevolking in de stad slachtoffer werd van grootschalige vervolging.