Brief (slotfragment).
Origineel
Brief (slotfragment). omstandigheden, mij, mijn
schuld zou willen kwijt-
schelden, en mijn plaats,
laten behouden, om
eventueel, bij de eerste
gelegenheid, weer in mijn
onderhoud te voorzien,
teeken ik, hopende van
u een gunstig antwoord
te mogen ontvangen,
met de meeste Hoogachting
S. Waterman
p/a Mol,
Weesperzijde 7 bel-etage
Amsterdam, '04 In dit fragment van een brief verzoekt de schrijver, S. Waterman, om clementie vanwege moeilijke persoonlijke omstandigheden. De kern van het verzoek is tweeledig: het kwijtschelden van een schuld en het behoud van een "plaats" (waarschijnlijk een aanstelling of arbeidsplaats). Waterman spreekt de hoop uit dat hij/zij bij de eerste gelegenheid weer zelfstandig in het eigen onderhoud zal kunnen voorzien.
De toon is uiterst beleefd en formeel ("met de meeste Hoogachting"), wat gebruikelijk was voor dergelijke verzoekschriften aan werkgevers of instanties in die tijd. De schrijver verblijft op dat moment "p/a" (per adres) bij iemand genaamd Mol aan de Weesperzijde in Amsterdam, wat erop kan wijzen dat Waterman zelf geen vast eigen adres had of tijdelijk bij anderen inwoonde vanwege de genoemde omstandigheden. Het document dateert uit het begin van de 20e eeuw (1904). In deze periode was er nog weinig sociale zekerheid; werknemers waren voor hun voortbestaan vaak direct afhankelijk van de welwillendheid van hun werkgevers. De achternaam Waterman kwam veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam, wat een vertrekpunt kan zijn voor nader genealogisch of historisch onderzoek naar de afzender. De Weesperzijde was (en is) een voorname kade langs de Amstel; het bewonen van een "bel-etage" (de verdieping net boven het straatniveau) duidt op een zekere status van het pand, ook al verbleef de schrijver er als gast. S. Waterman