Administratief bijblad/memo (Model No. 14, Algemene Zaken).
Origineel
Administratief bijblad/memo (Model No. 14, Algemene Zaken). [Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/17/1 1941
DOORGEZONDEN: 25/3-41.
[Rechtsboven, handgeschreven]
387
Oproeping
28-3-41
Akker [?]
10 2/4 '41
[Midden, handgeschreven, met diagonale streep erdoorheen]
Het verzoek van S. Waterman kan niet
worden ingewilligd.
De plaats v Waterman op de markt
Waterl. plein is ingetrokken met f 4.20
schuld.
Na betaling schuld kan hij zich
opnieuw laten inschrijven
[Midden rechts]
26-3-'41
Dekker
[Onderste helft, handgeschreven]
Van Inspecteur plaats
teruggekregen. s.v.p. vrijstellen van
betaling marktgeld vanaf 3 mei '41.
Waterlooplein f 4.20 schuld.
Zie 52/119/13 d 41
Smit [?] 2/4 '41
[Linksonder, voorgedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratieve notitie betreffende de marktkoopman S. Waterman, die een standplaats had op de markt op het Waterlooplein in Amsterdam.
In eerste instantie (genoteerd op 25 en 26 maart 1941) werd een verzoek van hem afgewezen omdat hij een schuld had van f 4,20 aan marktgeld. Zijn standplaats werd ingetrokken totdat deze schuld voldaan zou zijn. Dit deel van de tekst is echter diagonaal doorgehaald, wat aangeeft dat de situatie veranderde of dat dit besluit werd herzien.
In de onderste notitie (gedateerd 2 april 1941) wordt gemeld dat de informatie is teruggekregen van de 'Inspecteur plaats'. Er wordt nu verzocht om Waterman vanaf 3 mei 1941 vrij te stellen van de betaling van marktgeld, ondanks de openstaande schuld van f 4,20. De datering van dit document (maart/april 1941) is cruciaal voor de historische context. Dit is bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam in snel tempo opgevoerd.
Het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt en de markt was voor een groot deel bevolkt door Joodse kooplieden. Vanaf begin 1941 probeerden de Duitse bezetters Joden stelselmatig uit het economische leven te weren.
De "vrijstelling van marktgeld" vanaf mei 1941 is in dit licht zeer wrang. In april/mei 1941 werden Joodse marktkooplieden van de algemene markten verwijderd en gedwongen zich te verplaatsen naar speciaal aangewezen "Joodse markten". De vrijstelling van betaling was vaak geen gunst, maar een administratief gevolg van het feit dat de koopman zijn oorspronkelijke standplaats niet meer mocht innemen of dat de administratie werd overgeheveld naar een ander (beperkt) systeem. S. Waterman was zeer waarschijnlijk een van de vele Joodse Amsterdammers wiens levensonderhoud in deze maanden door de bezetter werd vernietigd. M. No S. Waterman