Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 259
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (waarschijnlijk een briefkaart)

12 september 1941 Van: J. Mok Dossier: 30/28

Origineel

Handgeschreven brief (waarschijnlijk een briefkaart) 12 september 1941 J. Mok Nº 30/28 / M. 1941
Amsterdam 12-9 '41
Waterlooplein
pl:n: 262.

Mijnheer.

Tot mijn leedweezen moet ik
ontheffing vragen voor mijn
zoon D. Mok voor zijn
standplaats Waterlooplein,
daar hij voor 4 weken voor
repesaje van huis is
gehaald en daar ik nog niet weet
waar hij is.

Hoogachtend J. Mok. De brief is een zakelijk verzoek met een diep tragische ondertoon. J. Mok schrijft aan een instantie (vermoedelijk de marktmeester of een gemeentelijke afdeling) om de marktstandplaats van zijn zoon D. Mok op het Waterlooplein op te zeggen of tijdelijk stop te zetten. De reden die hij opgeeft, is dat zijn zoon vier weken eerder van huis is gehaald tijdens een "repesaje" – een fonetische spelling van het woord razzia. De vader geeft aan dat hij op het moment van schrijven geen idee heeft waar zijn zoon zich bevindt. De stempels en nummers bovenaan het document duiden op een officiële administratieve verwerking. Deze brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was het centrum van de Joodse buurt in Amsterdam en de markt daar was een belangrijke plek voor de Joodse gemeenschap. De datum 12 september 1941 is veelzeggend; vier weken daarvoor (midden augustus 1941) vonden er razzia's plaats in Amsterdam. Veel Joodse mannen die toen werden opgepakt, werden gedeporteerd naar concentratiekamp Mauthausen. Dit document legt de bureaucratische realiteit vast van een familie die probeert te voldoen aan administratieve plichten, terwijl ze geconfronteerd worden met de plotselinge en gewelddadige verdwijning van een gezinslid. D. Mok J. Mok

Samenvatting

De brief is een zakelijk verzoek met een diep tragische ondertoon. J. Mok schrijft aan een instantie (vermoedelijk de marktmeester of een gemeentelijke afdeling) om de marktstandplaats van zijn zoon D. Mok op het Waterlooplein op te zeggen of tijdelijk stop te zetten. De reden die hij opgeeft, is dat zijn zoon vier weken eerder van huis is gehaald tijdens een "repesaje" – een fonetische spelling van het woord razzia. De vader geeft aan dat hij op het moment van schrijven geen idee heeft waar zijn zoon zich bevindt. De stempels en nummers bovenaan het document duiden op een officiële administratieve verwerking.

Historische Context

Deze brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was het centrum van de Joodse buurt in Amsterdam en de markt daar was een belangrijke plek voor de Joodse gemeenschap. De datum 12 september 1941 is veelzeggend; vier weken daarvoor (midden augustus 1941) vonden er razzia's plaats in Amsterdam. Veel Joodse mannen die toen werden opgepakt, werden gedeporteerd naar concentratiekamp Mauthausen. Dit document legt de bureaucratische realiteit vast van een familie die probeert te voldoen aan administratieve plichten, terwijl ze geconfronteerd worden met de plotselinge en gewelddadige verdwijning van een gezinslid.

Genoemde Personen 2

Locaties

Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Gerelateerde Documenten 2