Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 263
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief/kennisgeving.

22 september 1941. Van: J. Brander (geboren 20 mei 1912), wonende aan de Zwanenburgwal 66 huis, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief/kennisgeving. 22 september 1941. J. Brander (geboren 20 mei 1912), wonende aan de Zwanenburgwal 66 huis, Amsterdam. 22 / 9 / 1941

Zeer Geachte Directeur
van Marktwezen [onleesbare krabbel, mogelijk 'ontv.']
Met Dezen deel ik u mede
als dat ik mijn plaats op
het Waterlooplein opzeght
wegens gebrek aan Handel
22 / 9 / 1941 met de Gramofoon
Platen
Hoogachtent
J. Brander Geboren
20 Mei 1912
Zwanenburgwal 66 Huis
Bij voorbaat centrum
Mijn Dank.

[Onderaan, paarse stempel/aantekening:]
Nº 30/30/1 M. 1941 22/9
30 De brief is een formele, zij het taalkundig gebrekkige (zie "opzeght", "Hoogachtent"), kennisgeving van het beëindigen van een handelsactiviteit. De afzender, J. Brander, geeft aan dat hij per direct (22-9-1941) stopt met zijn standplaats op het Waterlooplein waar hij grammofoonplaten verkocht. Als reden voert hij "gebrek aan handel" aan. De brief bevat persoonsgegevens die destijds gebruikelijk waren voor administratieve verwerking door de gemeente, zoals geboortedatum en exact adres. Dit document is historisch zeer beladen vanwege de datum en locatie. In september 1941 was de Duitse bezetting van Nederland in volle gang. Het Waterlooplein lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.

Slechts enkele weken voor deze brief, op 1 september 1941, werden door de bezetter beperkende maatregelen voor Joodse markthandelaren van kracht; zij mochten alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. De "gebrek aan handel" waar Brander over spreekt, was waarschijnlijk het directe gevolg van de isolatie en verarming van de Joodse bevolking door de anti-Joodse maatregelen.

Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Isaac Brander (geboren 20 mei 1912, wonende op Zwanenburgwal 66) inderdaad een Joodse Amsterdammer was. Deze brief markeert het moment waarop hij gedwongen werd zijn bron van inkomsten op te geven. Isaac Brander is in september 1942 in Auschwitz vermoord. Dit schijnbaar eenvoudige administratieve briefje is daarmee een stille getuige van de systematische uitsluiting die aan de deportaties voorafging.

Samenvatting

De brief is een formele, zij het taalkundig gebrekkige (zie "opzeght", "Hoogachtent"), kennisgeving van het beëindigen van een handelsactiviteit. De afzender, J. Brander, geeft aan dat hij per direct (22-9-1941) stopt met zijn standplaats op het Waterlooplein waar hij grammofoonplaten verkocht. Als reden voert hij "gebrek aan handel" aan. De brief bevat persoonsgegevens die destijds gebruikelijk waren voor administratieve verwerking door de gemeente, zoals geboortedatum en exact adres.

Historische Context

Dit document is historisch zeer beladen vanwege de datum en locatie. In september 1941 was de Duitse bezetting van Nederland in volle gang. Het Waterlooplein lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt.

Slechts enkele weken voor deze brief, op 1 september 1941, werden door de bezetter beperkende maatregelen voor Joodse markthandelaren van kracht; zij mochten alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. De "gebrek aan handel" waar Brander over spreekt, was waarschijnlijk het directe gevolg van de isolatie en verarming van de Joodse bevolking door de anti-Joodse maatregelen.

Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Isaac Brander (geboren 20 mei 1912, wonende op Zwanenburgwal 66) inderdaad een Joodse Amsterdammer was. Deze brief markeert het moment waarop hij gedwongen werd zijn bron van inkomsten op te geven. Isaac Brander is in september 1942 in Auschwitz vermoord. Dit schijnbaar eenvoudige administratieve briefje is daarmee een stille getuige van de systematische uitsluiting die aan de deportaties voorafging.

Gerelateerde Documenten 2