Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 322
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt afschrift van een politierapport/brief.

17 november 1941.

Origineel

Getypt afschrift van een politierapport/brief. 17 november 1941. AFSCHRIFT.
POLITIE TE AMSTERDAM.
4e sectie, 2e Afd.
Letter Ass.No.1636.

Amsterdam, 17 November 1941.

Onderwerp:
Lompenmarkt.
Afrastering Joodsche dagmarkt.

Hiermede heb ik de eer U het navolgende te berichten:
De voorgeschreven lompenmarkt was voorheen: De Zwanenburgwal aan den walkant. Door Marktwezen is op den duur die plaats aangewezen als markt voor allerlei. Door het bevoegd gezag is evenwel nimmer een andere officieele plaats voor de lompenmarkt aangewezen. Wel heeft de vroegere Wethouder De Miranda destijds officieus als lompenmarkt aangewezen: Waterlooplein langs het hek van den speeltuin van Zwanenburgerstraat naar de fruitmarkt.
Door de onlangs plaats gehad hebbende veranderingen op het stuk van de joodsche markten, moest ook laatstgenoemde officieuse lompenmarkt aldaar verdwijnen.
In overleg met het Hoofdbureau werden de christen lompenhandelaren verwezen naar den Zwanenburgwal (dus van ouds de lompenmarkt). Practisch is daar evenwel geen plaats, omdat daar reeds markt is (markt van allerlei).
Een oplossing is wellicht te vinden door de kramen van den Zwanenburgwal (markt van allerlei) te doen verplaatsen naar de markt op het Waterlooplein, waar thans genoeg plaats is en den walkant van den Zwanenburgwal weer te bestemmen voor den lompenhandel (van de christenen).
Tevens vestig ik Uw aandacht op het feit, dat voor de Joodsche lompenhandelaren nog geen marktplaats is aangewezen.
Tenslotte bericht ik U, dat de joodsche dagmarkt op het Waterlooplein (speeltuim) thans aan één zijde open is, daar het gebouwtje van Zuigelingenzorg nu gesloopt is. Dat gebouwtje vormde aan de Westzijde n.l. de afsluiting.
In het belang van een behoorlijke contrôle verzoek ik U genoemde zijde met spoed van een afrastering te doen voorzien. Thans bevinden zich bij dat terrein dagelijks 2 vaste posten; is bedoelde voorziening getroffen, dan kan worden volstaan met één vaste post.

De Hoofdinspecteur van Politie,
Chef in de 4e Sectie 2e Afd.,

w.g. C. Blanken.

Voor eensluidend afschrift,
De Hoofdinspecteur van Politie,
w.g. W.J.F.v.d.Meer. Dit document is een ambtelijk verslag waarin de logistieke gevolgen van de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam worden besproken. De kern van de tekst draait om de ruimtelijke scheiding tussen "christen" (niet-Joodse) en Joodse handelaren.

De belangrijkste punten uit de analyse zijn:
1. Segregatie op de markt: De bezetter en het lokale bestuur dwongen een strikte scheiding af. De "christen" handelaren moesten weg van het Waterlooplein (dat een Joodse markt werd) en terug naar de Zwanenburgwal.
2. Logistieke problemen: De politie constateert dat de voormalige locaties overvol zijn en stelt een ruil voor om de markten fysiek te scheiden.
3. Controle en Isolatie: Er wordt specifiek gevraagd om een afrastering van de Joodse markt op het Waterlooplein. De reden die wordt opgegeven is "behoorlijke contrôle". Door het terrein af te sluiten met een hekwerk kon de politie met minder personeel (één in plaats van twee posten) de toegang en bewegingen van Joden bewaken.
4. Sloop van gebouwen: De tekst vermeldt de sloop van het gebouwtje van "Zuigelingenzorg", wat een gat in de natuurlijke ommuring van het plein had geslagen, waardoor de noodzaak voor een kunstmatige afrastering groter werd. Dit document dateert van november 1941, een kritieke fase in de bezetting van Nederland. In 1941 werden de maatregelen tegen de Joodse bevolking in Amsterdam in snel tempo opgevoerd. Na de Februaristaking van 1941 werd de Jodenbuurt steeds meer geïsoleerd.

  • Wethouder De Miranda: In de tekst wordt verwezen naar de "vroegere" Wethouder Monne de Miranda. De Miranda was een geliefde sociaaldemocratische wethouder van Joodse komaf die door de nazi's uit zijn ambt was gezet. Het feit dat hij als "vroegere" wethouder wordt aangeduid, onderstreept de politieke zuivering van het stadsbestuur.
  • De Markten: De "veranderingen op het stuk van de joodsche markten" waarover gesproken wordt, verwijzen naar de verordening die Joden verbood om op reguliere markten te staan. Zij werden verbannen naar specifieke "Jodenmarkten" (zoals op het Waterlooplein), die vaak omheind waren met prikkeldraad of hekken.
  • Beheersing: De toon van het document is strikt zakelijk en bureaucratisch. De politie voert de segregatie uit als een logistiek probleem, waarbij de focus ligt op efficiëntie ("volstaan met één vaste post") en controle over de Joodse bevolking.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk verslag waarin de logistieke gevolgen van de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam worden besproken. De kern van de tekst draait om de ruimtelijke scheiding tussen "christen" (niet-Joodse) en Joodse handelaren.

De belangrijkste punten uit de analyse zijn:
1. Segregatie op de markt: De bezetter en het lokale bestuur dwongen een strikte scheiding af. De "christen" handelaren moesten weg van het Waterlooplein (dat een Joodse markt werd) en terug naar de Zwanenburgwal.
2. Logistieke problemen: De politie constateert dat de voormalige locaties overvol zijn en stelt een ruil voor om de markten fysiek te scheiden.
3. Controle en Isolatie: Er wordt specifiek gevraagd om een afrastering van de Joodse markt op het Waterlooplein. De reden die wordt opgegeven is "behoorlijke contrôle". Door het terrein af te sluiten met een hekwerk kon de politie met minder personeel (één in plaats van twee posten) de toegang en bewegingen van Joden bewaken.
4. Sloop van gebouwen: De tekst vermeldt de sloop van het gebouwtje van "Zuigelingenzorg", wat een gat in de natuurlijke ommuring van het plein had geslagen, waardoor de noodzaak voor een kunstmatige afrastering groter werd.

Historische Context

Dit document dateert van november 1941, een kritieke fase in de bezetting van Nederland. In 1941 werden de maatregelen tegen de Joodse bevolking in Amsterdam in snel tempo opgevoerd. Na de Februaristaking van 1941 werd de Jodenbuurt steeds meer geïsoleerd.

  • Wethouder De Miranda: In de tekst wordt verwezen naar de "vroegere" Wethouder Monne de Miranda. De Miranda was een geliefde sociaaldemocratische wethouder van Joodse komaf die door de nazi's uit zijn ambt was gezet. Het feit dat hij als "vroegere" wethouder wordt aangeduid, onderstreept de politieke zuivering van het stadsbestuur.
  • De Markten: De "veranderingen op het stuk van de joodsche markten" waarover gesproken wordt, verwijzen naar de verordening die Joden verbood om op reguliere markten te staan. Zij werden verbannen naar specifieke "Jodenmarkten" (zoals op het Waterlooplein), die vaak omheind waren met prikkeldraad of hekken.
  • Beheersing: De toon van het document is strikt zakelijk en bureaucratisch. De politie voert de segregatie uit als een logistiek probleem, waarbij de focus ligt op efficiëntie ("volstaan met één vaste post") en controle over de Joodse bevolking.

Ambtenaren

F. v. d. Meer

Gerelateerde Documenten 2