Ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad van").
Origineel
Ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad van"). [Header linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/52/1 1941.
DOORGEZONDEN: 9/12-141.
[Notitie bovenzijde]
mi. Insp.
spoedadvies
s.v.p.
In verband met de verplaatsing van de markten
Waterlooplein en Zwanenburgwal naar
de Nieuwmarkt, kan m.i. deze zaak
als afgedaan worden beschouwd.
19-12-'41
deHaas
[Notitie midden, rood omcirkeld]
Insp.
Is er al iets gedaan aan de
afrastering Joodsche hulpmarkt
op de plaats, waar het gebouwtje
van den G.G.D. heeft gestaan?
22/12 '41
[paraaf]
[Notitie rechterkant, verticaal geschreven]
Er is geen enkele reden
hiervoor maatregelen te nemen
niet officieel. Bovendien heeft
Stadschoonm. dat niet meer
nodig. Als de markten verplaatst
zijn, wordt de omrastering
met de planken bij
verwijderd worden. 24-12-'41
[paraaf]
[Voetnoot linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een treffend voorbeeld van de 'banaliteit van het kwaad' binnen de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het betreft de administratieve afhandeling van de gedwongen verplaatsing van Joodse marktkramen.
- De verplaatsing: De notitie van 'deHaas' (19-12-1941) meldt dat de zaak als afgedaan kan worden beschouwd omdat de markten van het Waterlooplein en de Zwanenburgwal zijn verplaatst naar de Nieuwmarkt. Dit was onderdeel van de segregatiepolitiek waarbij Joodse handelaren werden geïsoleerd van de rest van de bevolking.
- De afrastering: Er wordt specifiek gevraagd naar de "afrastering Joodsche hulpmarkt" bij een voormalig G.G.D.-gebouwtje. Dit wijst op de fysieke afscheiding die werd aangebracht om Joodse marktactiviteiten te controleren of af te bakenen.
- De afwikkeling: In de verticale kantlijn wordt op 24 december 1941 geconcludeerd dat de omrastering met planken verwijderd kan worden, simpelweg omdat de markten nu definitief verplaatst zijn.
- Betrokken instanties: De G.G.D. (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) en Stadschoonmaak worden genoemd, wat aantoont hoe reguliere gemeentelijke diensten werden ingezet voor de uitvoering van anti-Joodse maatregelen. In de loop van 1941 namen de beperkingen voor de Joodse bevolking in Amsterdam in snel tempo toe. In september 1941 werd bepaald dat Joden alleen nog op speciaal aangewezen markten mochten staan. Het Waterlooplein, van oudsher een plek van gemengde handel, werd 'gezuiverd', en de Joodse handelaren werden gedwongen naar een specifiek deel van de stad (waaronder de Nieuwmarkt) te verhuizen. Dit document legt de laatste administratieve loodjes van deze uitsluitingsoperatie vast, waarbij de focus ligt op praktische zaken zoals hekwerken en afrasteringen, terwijl de menselijke tragedie van de verdrijving uit de openbare ruimte volledig buiten beschouwing blijft. M. No