Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 324
Dossier 28
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of origineel op ambtelijk papier).

8 januari 1942. Van: De Directeur (van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag of origineel op ambtelijk papier). 8 januari 1942. De Directeur (van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Linksboven:]
VD/HG.
30/52/2 M.
n 2

Lompenmarkt
Waterlooplein.

[Rechtsboven:]
[Handgeschreven:] Inspecteur
[Handgeschreven:] 9/1
[Handgeschreven potlood:] Verzonden
8 Januari 1942.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 4
December jl. om advies ontvangen stukken No.1130 L.M.1941 heb
ik de eer U te berichten, dat een officieele lompenmarkt,
welke dan onder den Dienst van het Marktwezen zou moeten res-
sorteeren, nimmer is aangewezen.
Met de officieuze lompenmarkt langs den speeltuin
Waterlooplein heeft mijn dienst nimmer bemoeiingen gehad. In
opdracht van den Burgemeester zijn enkele weken geleden de
niet-Joodsche marktkooplieden, die plaatsen innamen op de
markten Waterlooplein en Zwanenburgwal verplaatst naar de
Nieuwmarkt, zoodat de genoemde marktterreinen thans geheel on-
bezet zijn. Naar mijn meening moet, op grond van het boven-
staande aan de prudentie van de Politie worden overgelaten,
naar welke plaats zij de lompenventers wil verwijzen.
De afrastering van een zijde van de Joodsche hulp-
markt op het Waterlooplein is inmiddels door den Dienst der
Publieke Werken aangebracht.

De Directeur, * Kernboodschap: De Directeur van het Marktwezen reageert op een adviesaanvraag over de "lompenmarkt". Hij stelt dat er nooit een officiële marktstatus is verleend aan de handel in lompen bij het Waterlooplein. Hij schuift de verantwoordelijkheid voor het aanwijzen van een plek voor deze handelaren door naar de politie.
* Bestuurlijke context: De brief getuigt van de ambtelijke afhandeling van marktregels tijdens de bezetting. Opvallend is de vermelding dat niet-Joodse kooplieden op last van de burgemeester zijn verplaatst naar de Nieuwmarkt, waardoor de marktterreinen op het Waterlooplein "geheel onbezet" zijn (voor niet-Joden).
* Segregatie: De laatste alinea is historisch zeer significant: er wordt gesproken over de "Joodsche hulpmarkt" en de fysieke "afrastering" daarvan door de Dienst der Publieke Werken. Dit documenteert de actieve rol van de gemeente Amsterdam bij de fysieke isolatie en uitsluiting van Joodse burgers. Dit document is opgesteld in januari 1942, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in bezet Nederland steeds driester en zichtbaarder werden. Het Waterlooplein bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In de loop van 1941 was al besloten dat Joodse en niet-Joodse marktkooplieden gescheiden moesten worden.

De brief illustreert hoe de ambtelijke molens draaiden om deze segregatie te faciliteren: niet-Joden werden verplaatst naar de Nieuwmarkt, terwijl de resterende Joodse handelaren letterlijk werden afgerasterd op de "Joodsche hulpmarkt". De term "prudentie van de Politie" suggereert dat de handhaving en het toezicht op de resterende (vaak straatarme) "lompenventers" als een ordemaatregel werd gezien in plaats van een economische aangelegenheid. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische medewerking aan de Holocaust op lokaal niveau.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De Directeur van het Marktwezen reageert op een adviesaanvraag over de "lompenmarkt". Hij stelt dat er nooit een officiële marktstatus is verleend aan de handel in lompen bij het Waterlooplein. Hij schuift de verantwoordelijkheid voor het aanwijzen van een plek voor deze handelaren door naar de politie.
  • Bestuurlijke context: De brief getuigt van de ambtelijke afhandeling van marktregels tijdens de bezetting. Opvallend is de vermelding dat niet-Joodse kooplieden op last van de burgemeester zijn verplaatst naar de Nieuwmarkt, waardoor de marktterreinen op het Waterlooplein "geheel onbezet" zijn (voor niet-Joden).
  • Segregatie: De laatste alinea is historisch zeer significant: er wordt gesproken over de "Joodsche hulpmarkt" en de fysieke "afrastering" daarvan door de Dienst der Publieke Werken. Dit documenteert de actieve rol van de gemeente Amsterdam bij de fysieke isolatie en uitsluiting van Joodse burgers.

Historische Context

Dit document is opgesteld in januari 1942, een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in bezet Nederland steeds driester en zichtbaarder werden. Het Waterlooplein bevond zich in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In de loop van 1941 was al besloten dat Joodse en niet-Joodse marktkooplieden gescheiden moesten worden.

De brief illustreert hoe de ambtelijke molens draaiden om deze segregatie te faciliteren: niet-Joden werden verplaatst naar de Nieuwmarkt, terwijl de resterende Joodse handelaren letterlijk werden afgerasterd op de "Joodsche hulpmarkt". De term "prudentie van de Politie" suggereert dat de handhaving en het toezicht op de resterende (vaak straatarme) "lompenventers" als een ordemaatregel werd gezien in plaats van een economische aangelegenheid. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische medewerking aan de Holocaust op lokaal niveau.

Gerelateerde Documenten 2