Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 325
Dossier 28
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief (handgeschreven concept of kopie).

7 januari 1942. Van: Onbekend (vermoedelijk een functionaris van de Dienst der Publieke Werken). Aan: Geadresseerd aan "W.L.M.". Dossier: 1130

Origineel

Dienstbrief (handgeschreven concept of kopie). 7 januari 1942. Onbekend (vermoedelijk een functionaris van de Dienst der Publieke Werken). Geadresseerd aan "W.L.M.". Lompenmarkt
Waterlooplein


A’dam, 7/1 1942
W. L. M.
81/1/42 AS 30/52/2 [M]

Onder terugzending van de met Uw kantbrief dd. 4 December l.l. o fries ontvangen stukken No. 1130 Litt. M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat een officieele lompenmarkt, welke dan onder den Dienst der P.W. zou moeten ressorteeren, nimmer is aangewezen.

Met de officieuse lompenmarkt langs den speeltuin Waterlooplein, ~~welke~~ heeft mijn dienst nimmer bemoeiingen gehad.

In opdracht van den Burgemeester ~~op verzoek van~~ (de Beauftragte voor de stad Adam) zijn enkele weken geleden, zoals ik wethouder ~~Geesink~~ telefonisch heb medegedeeld, de niet-Joodsche marktkooplieden, die plaatsen innamen op de markten Waterlooplein en Zwanenburgwal verplaatst naar de Nieuwmarkt, zoodat de genoemde marktterreinen thans geheel onbezet zijn.

Naar mijn meening moet, op grond van het bovenstaande aan de prudentie van de Politie worden overgelaten, naar welke plaats zij de lompenventers wil verwijzen.

De afrastering (eenerzijds van) van de Joodsche hulpmarkt op het Waterlooplein is inmiddels door den Dienst der P.W. aangebracht.

[Paraaf] Deze brief van 7 januari 1942 betreft een ambtelijke correspondentie over de regulering van de zogenaamde "lompenmarkt" in Amsterdam, specifiek op en rond het Waterlooplein. De belangrijkste punten zijn:

  1. Gebrek aan officiële status: De schrijver stelt dat er nooit een officiële, door de Dienst der Publieke Werken (P.W.) erkende lompenmarkt is aangewezen. De bestaande handel bij de speeltuin op het Waterlooplein wordt als "officieus" bestempeld.
  2. Segregatie van markten: De brief bevestigt dat, in opdracht van de burgemeester (en onder toezicht van de Duitse Beauftragte), niet-Joodse marktkooplieden zijn verplaatst van het Waterlooplein en de Zwanenburgwal naar de Nieuwmarkt. Hierdoor zijn terreinen op het Waterlooplein vrijgekomen.
  3. Politieverantwoordelijkheid: Voor de verdere afhandeling en plaatsbepaling van de "lompenventers" wordt geadviseerd dit over te laten aan het inzicht ("de prudentie") van de politie.
  4. Fysieke afscheiding: Er wordt melding gemaakt van de voltooiing van een afrastering rond de "Joodsche hulpmarkt" op het Waterlooplein door de Dienst der P.W. Het document dateert uit het begin van 1942, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de uitsluiting en isolatie van de Joodse bevolking in Amsterdam in snel tempo toe.

Het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt. De verplaatsing van niet-Joodse kooplieden naar de Nieuwmarkt en het plaatsen van een afrastering rond de markt op het Waterlooplein waren direct het gevolg van de nationaalsocialistische politiek om Joden te isoleren van de rest van de bevolking. Kort na deze brief, in de loop van 1941 en 1942, werden dergelijke markten omgevormd tot exclusief Joodse markten, vaak als opmaat naar verdere deportaties. De term "Beauftragte voor de stad Adam" verwijst naar de Duitse toezichthouder die boven de burgemeester was gesteld (Hans Böhmcker). Dit document toont hoe de reguliere gemeentelijke bureaucratie werd ingezet om de bezettingsmaatregelen technisch en organisatorisch uit te voeren. Politie Publieke Werken

Samenvatting

Deze brief van 7 januari 1942 betreft een ambtelijke correspondentie over de regulering van de zogenaamde "lompenmarkt" in Amsterdam, specifiek op en rond het Waterlooplein. De belangrijkste punten zijn:

  1. Gebrek aan officiële status: De schrijver stelt dat er nooit een officiële, door de Dienst der Publieke Werken (P.W.) erkende lompenmarkt is aangewezen. De bestaande handel bij de speeltuin op het Waterlooplein wordt als "officieus" bestempeld.
  2. Segregatie van markten: De brief bevestigt dat, in opdracht van de burgemeester (en onder toezicht van de Duitse Beauftragte), niet-Joodse marktkooplieden zijn verplaatst van het Waterlooplein en de Zwanenburgwal naar de Nieuwmarkt. Hierdoor zijn terreinen op het Waterlooplein vrijgekomen.
  3. Politieverantwoordelijkheid: Voor de verdere afhandeling en plaatsbepaling van de "lompenventers" wordt geadviseerd dit over te laten aan het inzicht ("de prudentie") van de politie.
  4. Fysieke afscheiding: Er wordt melding gemaakt van de voltooiing van een afrastering rond de "Joodsche hulpmarkt" op het Waterlooplein door de Dienst der P.W.

Historische Context

Het document dateert uit het begin van 1942, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de uitsluiting en isolatie van de Joodse bevolking in Amsterdam in snel tempo toe.

Het Waterlooplein lag in het hart van de Joodse buurt. De verplaatsing van niet-Joodse kooplieden naar de Nieuwmarkt en het plaatsen van een afrastering rond de markt op het Waterlooplein waren direct het gevolg van de nationaalsocialistische politiek om Joden te isoleren van de rest van de bevolking. Kort na deze brief, in de loop van 1941 en 1942, werden dergelijke markten omgevormd tot exclusief Joodse markten, vaak als opmaat naar verdere deportaties. De term "Beauftragte voor de stad Adam" verwijst naar de Duitse toezichthouder die boven de burgemeester was gesteld (Hans Böhmcker). Dit document toont hoe de reguliere gemeentelijke bureaucratie werd ingezet om de bezettingsmaatregelen technisch en organisatorisch uit te voeren.

Locaties

Nieuwmarkt Waterlooplein

Producten

Tweedehands/Lompen: Lompen Tweedehands/Lompen: Tweedehands Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Politie Publieke Werken

Gerelateerde Documenten 2