Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 333
Dossier 29
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief / Verzoekschrift

30 december 1940 Van: S. Naarden, Zwanenburgwal 19 I, Amsterdam Aan: De Weledele Heer Inspecteur (waarschijnlijk van het Marktwezen)

Origineel

Brief / Verzoekschrift 30 december 1940 S. Naarden, Zwanenburgwal 19 I, Amsterdam De Weledele Heer Inspecteur (waarschijnlijk van het Marktwezen) Amst. 30-12-40
Wel E Heer Inspecteur

Daar ondergetekende reeds eenige maanden
op een voorkeurs kaart, de zelfde plaats
betrekt, op de Uilenburger markt, en er
voor deze plaats, weinig gegadigde zijn
(Het was de plaats van Waterman die
deze plaats niet meer betrekt en kwijt
is) zou ondergetekende gaarne in aan-
merking komen, deze plaats als vaste
stand plaats te mogen innemen.
Hopende op een gunstig antwoord
waarvoor bij voorbaat mijn dank
Met de meeste
Hoogachting
S. Naarden
Zwanenburgwal 19 I
Amsterdam In deze handgeschreven brief verzoekt S. Naarden om een vaste standplaats op de Uilenburgermarkt in Amsterdam. De schrijver legt uit dat hij/zij al enkele maanden op die specifieke plek staat met een zogenaamde "voorkeurskaart" (een tijdelijke vergunning). Naarden voert als argument aan dat er weinig andere gegadigden zijn voor deze plek. De plek was voorheen van ene 'Waterman', die de rechten daarop blijkbaar verloren heeft. De brief is formeel en beleefd van toon, passend bij de ambtelijke correspondentie van die tijd. De paarse stempel linksboven suggereert dat het verzoek in januari 1941 administratief is verwerkt. Dit document is historisch saillant vanwege de datum (december 1940) en de locatie. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De Uilenburgermarkt bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. De namen Naarden en Waterman zijn veelvoorkomende namen binnen de Joods-Amsterdamse gemeenschap van die tijd.

Kort na het schrijven van deze brief, in de loop van 1941, zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter drastisch worden aangescherpt. Joodse marktkooplieden werden vanaf mei 1941 gedwongen zich te verplaatsen naar specifieke "Joodse markten" en uiteindelijk werd hun de uitoefening van hun beroep vrijwel onmogelijk gemaakt. Dit verzoek om een "vaste standplaats" vertegenwoordigt een poging om economische zekerheid te behouden in een periode van toenemende onzekerheid en vervolging.

Samenvatting

In deze handgeschreven brief verzoekt S. Naarden om een vaste standplaats op de Uilenburgermarkt in Amsterdam. De schrijver legt uit dat hij/zij al enkele maanden op die specifieke plek staat met een zogenaamde "voorkeurskaart" (een tijdelijke vergunning). Naarden voert als argument aan dat er weinig andere gegadigden zijn voor deze plek. De plek was voorheen van ene 'Waterman', die de rechten daarop blijkbaar verloren heeft. De brief is formeel en beleefd van toon, passend bij de ambtelijke correspondentie van die tijd. De paarse stempel linksboven suggereert dat het verzoek in januari 1941 administratief is verwerkt.

Historische Context

Dit document is historisch saillant vanwege de datum (december 1940) en de locatie. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De Uilenburgermarkt bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. De namen Naarden en Waterman zijn veelvoorkomende namen binnen de Joods-Amsterdamse gemeenschap van die tijd.

Kort na het schrijven van deze brief, in de loop van 1941, zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter drastisch worden aangescherpt. Joodse marktkooplieden werden vanaf mei 1941 gedwongen zich te verplaatsen naar specifieke "Joodse markten" en uiteindelijk werd hun de uitoefening van hun beroep vrijwel onmogelijk gemaakt. Dit verzoek om een "vaste standplaats" vertegenwoordigt een poging om economische zekerheid te behouden in een periode van toenemende onzekerheid en vervolging.

Gerelateerde Documenten 2