Administratieve notitie / bijblad van de gemeente (waarschijnlijk Amsterdam, afdeling Marktwezen).
Origineel
Administratieve notitie / bijblad van de gemeente (waarschijnlijk Amsterdam, afdeling Marktwezen). April 1941 (stempel 18-4-'41, handgeschreven data 23-4-'41 en 30-4-'41). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 31/23/1 1941
DOORGEZONDEN: 18/4 - '41.
[Rechtsboven:] 457
[Hoofdtekst handgeschreven:]
B. Polak, plaatsen 369-370
Uilenburg, heeft op 24 Febr. jl.
voor zijn plaatsen bedankt.
Zie brief 31/12/1 No 4, 24/2.
[Aantekening linkerzijde met pijl naar beneden:]
opgeroepen
Plaats markt Uilen-
burg weder oproepen.
Tevens verzocht
B. Polak om uitstel voor plaats be-
zetten op Noordermarkt. heeft ge-
handeld.
[Aantekening midden-rechts:]
oproepen
23-4-41
dethaer [?]
[Onderste gedeelte:]
Aan Polak kan m.i. worden be-
richt, dat hem wordt toegestaan
om gedurende drie maanden zijn
plaats op Noordermarkt niet in te
nemen.
[Notities rechtsonder:]
p 30/4 9 1/2-12
30-4-41
dethaer [?]
[Voetnoot links:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke notitie betreffende marktplaatsen in Amsterdam in het voorjaar van 1941. De centrale figuur is B. Polak, die zijn plaatsen (nummers 369 en 370) op de markt in de buurt Uilenburg heeft opgezegd ("bedankt") per 24 februari 1941.
De administratie merkt op dat deze vrijgekomen plaatsen opnieuw moeten worden uitgegeven ("weder oproepen"). Tegelijkertijd heeft Polak een verzoek ingediend voor uitstel voor het bezetten van een plaats op de Noordermarkt. De functionaris (mogelijk genaamd 'dethaer') adviseert en besluit op 30 april 1941 dat Polak toestemming krijgt om zijn plaats op de Noordermarkt gedurende drie maanden niet in te nemen. De datum van dit document, april 1941, is cruciaal. Nederland bevindt zich dan bijna een jaar onder Duitse bezetting. De locaties en namen in het document zijn veelzeggend: de Uilenburg was een van de dichtstbevolkte buurten in de Amsterdamse Jodenbuurt en de naam Polak is een veelvoorkomende Joodse achternaam.
In 1941 werden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter steeds stringenter. Joden werden stelselmatig uit het economische leven verdrongen. Hoewel dit document er op het eerste gezicht puur administratief uitziet, vindt het plaats in de context van de toenemende segregatie en beperkingen voor Joodse marktkooplieden. Later in 1941 zouden Joden volledig van de algemene markten worden geweerd en werden er specifieke "Jodenmarkten" ingesteld. De "opzegging" van Polak voor de markt in Uilenburg en het verzoek om uitstel voor de Noordermarkt kunnen direct verband houden met de moeilijke omstandigheden of de onmogelijkheid voor Joodse handelaren om hun beroep nog langer vrij uit te oefenen. B. Polak. Marktwezen