Handgeschreven brief (ingekomen post).
Origineel
Handgeschreven brief (ingekomen post). 10 april 1941 (afgeleid van het archiefkenmerk '10/4' en de historische context). B. Polak. Het Marktwezen te Amsterdam. Aan het Marktwezen te Amsterdam
Mijne Heeren,
Heden vertelde mijn zoon aan mij als dat
mijn plaats van de Zondagsmarkt verlopen
was, zoo hij zeide hadt u ook een brief
aan mijn geschreven,
ik heb echter niets ontvangen, enkel dat
ik 90 cent moet betalen,
intusschen is dit bedrag door mijn zoon
per postwissel voldaan,
doch een brief heb ik absoluut niet
gekregen,
gelieve maar hiernaar een onderzoek te
willen instellen, want dit moet van u
kant een vergissing zijn,
ik hoorde er van op dat u zeide, dat de
plaats van u vader verlopen is,
indien dit nu wel het geval is, dan is
dit niet aan mijn te wijten, doch een
vergissing of dat de bewuste brief is blijven
liggen op het kantoor,
onderzoek het maar eens en u komt tot
de conclusie dat ik gelijk heb.
Verblijf inmiddes
Hoogachtend B Polak * Kernboodschap: De schrijver, B. Polak, protesteert tegen het feit dat zijn staanplaats op de Amsterdamse Zondagsmarkt als 'verlopen' (vervallen) wordt beschouwd.
* Argumentatie: Polak stelt dat hij nooit een officiële brief of waarschuwing hierover heeft ontvangen. Hij heeft enkel een betalingsverzoek van 90 cent ontvangen, wat inmiddels per postwissel door zijn zoon is voldaan. Hij wijst op een mogelijke administratieve fout ("vergissing") bij het kantoor van het Marktwezen.
* Toon: De toon is beleefd doch beslist ("u komt tot de conclusie dat ik gelijk heb"). Opvallend is het taalgebruik waarbij "u" vaak als bezittelijk voornaamwoord wordt gebruikt ("u vader", "u kant") in plaats van "uw", wat kenmerkend is voor de sociolectische schrijfwijze van die tijd. Dit document stamt uit april 1941, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De achternaam 'Polak' en de verwijzing naar de 'Zondagsmarkt' zijn hierin zeer betekenisvol:
- De Joodse Markt: De Zondagsmarkt in Amsterdam (met name rond de Jodenbreestraat en het Waterlooplein) was historisch gezien een markt met een zeer groot aandeel Joodse kooplieden.
- Uitsluiting: Vanaf begin 1941 intensiveerden de nazi-bezetters de maatregelen om Joden uit het economische leven te weren. Joodse marktkooplieden werden onderworpen aan strengere regels, registraties en uiteindelijk uitsluiting.
- Bureaucratische wegstoting: In deze context kan het "verlopen" verklaren van een marktplaats een onderdeel zijn geweest van de systematische bureaucratische druk om Joodse ondernemers hun vergunningen te ontnemen. Hoewel Polak de kwestie benadert als een administratieve fout of een verloren brief, vond dergelijke "vervalsing" van rechten op grote schaal plaats onder druk van de bezetter.
- Betaling: De genoemde 90 cent betreft waarschijnlijk een klein bedrag aan precariorechten of marktgeld, waarmee de afzender tracht aan te tonen dat hij aan al zijn verplichtingen heeft voldaan om zijn recht op de standplaats te behouden. B. Polak Marktwezen