Handgeschreven ambtelijke notities/memorandum (twee afzonderlijke bijdragen op één blad).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notities/memorandum (twee afzonderlijke bijdragen op één blad). [Bovenste gedeelte, gedateerd 15/4 '41]
m.i. eveneens vrijstelling verleenen voor
de Albert Cuypstraat.
Th. van Moerkerken,
bericht a.u.b.
[Paraaf] 15/4 '41
[Onderste gedeelte, gedateerd 18/4 - 41]
Waarschijnlijk neemt Mw. Epven regelmatig
de plaats op de weekmarkt in.
De Maandags bezet Epven als regel zijn plaats
op de A.C. markt.
Als plaats t.n.v. Mw. Epven staat,
bestaat er de mogelijkheid dat hij Maandags zijn
plaats op de Weekmarkt bezet i.p.v. op de A.C. markt.
Voor de A.C. markt wordt geen nieuwe
van plaatsbezetters verwacht en schijnen
m.i. gezien de normale bezetting, ook
niet verlangd te worden.
[Paraaf] 18/4 - 41 Het document bevat twee administratieve notities betreffende de organisatie en bezetting van marktplaatsen in Amsterdam tijdens de bezettingstijd.
- Vrijstelling: De eerste notitie (15 april) adviseert om een "vrijstelling" te verlenen voor de Albert Cuypstraat. In de context van 1941 kon dit duiden op een ontheffing van bepaalde verordeningen of beperkingen die door de bezetter of het gemeentebestuur waren opgelegd.
- Plaatsbezetting: De tweede, uitgebreidere notitie (18 april) gaat dieper in op de specifieke casus van een marktkraamhouder (Epven). Er is sprake van een mogelijke dubbele bezetting of verwarring over de registratie (t.n.v. - ten name van - Mevrouw Epven) en de feitelijke bezetting door de heer Epven.
- Beleidsadvies: De schrijver concludeert dat er voor de Albert Cuypmarkt geen behoefte is aan nieuwe standplaatshouders, aangezien de huidige bezetting als "normaal" wordt beschouwd. Dit document stamt uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De Albert Cuypmarkt is van oudsher de belangrijkste dagmarkt van Amsterdam. Tijdens de oorlogsjaren stond de markt onder streng toezicht van de marktmeester en de bezettingsautoriteiten, zeker wat betreft de distributie van schaarse goederen en de registratie van standplaatshouders.
De afkorting "A.C. markt" staat ontegenzeggelijk voor de Albert Cuypmarkt. De genoemde "Th. van Moerkerken" was vermoedelijk een ambtenaar bij de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling die toezag op de ordentelijke verloop van de handel op straat. Het handschrift en de gehanteerde terminologie zijn typerend voor de Nederlandse bureaucratie uit die periode. Th. van Moerkerken Mw./Dhr. Epven (mogelijk Epen of Elven).