Typoscript (doorslag van een officiële brief)
Origineel
Typoscript (doorslag van een officiële brief) 15 april 1941 (met handgeschreven aantekening "verzonden 19/4") De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam) [Rechtsboven handgeschreven:] v. d. Laar
[Rechtsboven getypt:] HG.
[Midden boven handgeschreven:] verzonden 19/4.
[Adresblok:]
Mw. M. Groen,
Blasiusstraat 97 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
[Referentie en datum:]
33/19/2 M.
15 April 1941.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 dezer verleen ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Westerstraat te bezetten.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
[Ondertekening:]
De Directeur, Dit document is een administratieve kennisgeving aan mevrouw M. Groen betreffende haar standplaats op de markt in de Westerstraat (de Jordaan, Amsterdam). De brief is een reactie op een verzoek van haar kant om tijdelijk ontheven te worden van de plicht om haar kraam persoonlijk te bemannen.
De directeur verleent dit uitstel voor een periode van drie maanden. De voorwaarde die gesteld wordt, is puur financieel: de wekelijkse pacht (het marktgeld) moet ononderbroken betaald blijven worden aan de marktmeester ("dienstdoenden marktambtenaar"). De brief illustreert de strikte gemeentelijke regulering van de Amsterdamse markten, waarbij het behoud van een standplaats direct gekoppeld was aan de fysieke aanwezigheid of een officieel verleende ontheffing. De brief is gedateerd op 15 april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van deze periode is cruciaal: twee maanden eerder had de Februaristaking plaatsgevonden en de anti-Joodse maatregelen werden in rap tempo opgevoerd.
Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat op het adres Blasiusstraat 97-II de Joodse Marianne Groen-Woudhuysen woonde. De Blasiusstraat lag in een buurt met veel Joodse bewoners. Het feit dat zij in april 1941 drie maanden uitstel vroeg voor haar marktplaats, kan te maken hebben met de toenemende onveiligheid en restricties voor Joodse marktkooplieden. In september 1941 zouden Joden definitief van de reguliere markten verbannen worden en verbannen worden naar specifieke "Joodse markten". Marianne Groen werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een aangrijpend bewijs van de bureaucratische continuïteit in een tijd van deportatie en vervolging.