Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 492
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).

15 april 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Mw. M. Groen, Blasiusstraat 97 II, Amsterdam-Oost (Wijk 11).

Origineel

Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 15 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Mw. M. Groen, Blasiusstraat 97 II, Amsterdam-Oost (Wijk 11). [Handgeschreven, blauw potlood:] extra [Rechtsboven getypt:] HG.

Mw.M.Groen,
Blasiusstraat 97 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.

33/19/2 M. 15 April 1941.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 dezer verleen ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Westerstraat te bezetten.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.

De Directeur, Het document is een zakelijke mededeling van de gemeente Amsterdam aan een markthoudster, mevrouw M. Groen. Zij heeft op 3 april 1941 verzocht om haar standplaats op de Westerstraatmarkt tijdelijk niet te hoeven bezetten. De directeur willigt dit verzoek in voor een periode van drie maanden.

Een cruciale voorwaarde wordt gesteld: ondanks haar afwezigheid moet het wekelijkse "marktgeld" (de staangeldvergoeding) gewoon doorbetaald worden aan de dienstdoende ambtenaar. Het document is een doorslag (carbonkopie), wat blijkt uit de vage typografie en het ontbreken van een originele handtekening onder "De Directeur". De handgeschreven notitie "extra" en de letters "HG" duiden op interne archiefcoderingen. De datum van de brief, 15 april 1941, is zeer betekenisvol. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. In Amsterdam was de sfeer gespannen; slechts twee maanden eerder had de Februaristaking plaatsgevonden als protest tegen de Jodenvervolging.

Hoewel de brief een puur administratief karakter heeft, krijgt deze een wrange lading wanneer men de achtergrond van de ontvanger onderzoekt. De Blasiusstraat in Amsterdam-Oost was een straat met veel Joodse bewoners. Uit archiefbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat op het adres Blasiusstraat 97-II de Joodse Mirjam Groen-Swaab (geboren 1891) woonde.

In deze periode werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun vrijheden. Kort na deze brief, in de loop van 1941, werden Joden volledig verbannen van reguliere markten zoals de Westerstraat en gedwongen naar speciaal aangewezen "Joodsche markten". Het verzoek om drie maanden afwezigheid kan duiden op persoonlijke omstandigheden, ziekte, of de groeiende onmogelijkheid om onder het regime van de bezetter het werk nog uit te voeren. Mirjam Groen-Swaab werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een klein, bureaucratisch puzzelstukje in de grotere geschiedenis van de uitsluiting en vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam.

Samenvatting

Het document is een zakelijke mededeling van de gemeente Amsterdam aan een markthoudster, mevrouw M. Groen. Zij heeft op 3 april 1941 verzocht om haar standplaats op de Westerstraatmarkt tijdelijk niet te hoeven bezetten. De directeur willigt dit verzoek in voor een periode van drie maanden.

Een cruciale voorwaarde wordt gesteld: ondanks haar afwezigheid moet het wekelijkse "marktgeld" (de staangeldvergoeding) gewoon doorbetaald worden aan de dienstdoende ambtenaar. Het document is een doorslag (carbonkopie), wat blijkt uit de vage typografie en het ontbreken van een originele handtekening onder "De Directeur". De handgeschreven notitie "extra" en de letters "HG" duiden op interne archiefcoderingen.

Historische Context

De datum van de brief, 15 april 1941, is zeer betekenisvol. Nederland was op dat moment bijna een jaar bezet door nazi-Duitsland. In Amsterdam was de sfeer gespannen; slechts twee maanden eerder had de Februaristaking plaatsgevonden als protest tegen de Jodenvervolging.

Hoewel de brief een puur administratief karakter heeft, krijgt deze een wrange lading wanneer men de achtergrond van de ontvanger onderzoekt. De Blasiusstraat in Amsterdam-Oost was een straat met veel Joodse bewoners. Uit archiefbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat op het adres Blasiusstraat 97-II de Joodse Mirjam Groen-Swaab (geboren 1891) woonde.

In deze periode werden Joodse marktkooplieden steeds verder beperkt in hun vrijheden. Kort na deze brief, in de loop van 1941, werden Joden volledig verbannen van reguliere markten zoals de Westerstraat en gedwongen naar speciaal aangewezen "Joodsche markten". Het verzoek om drie maanden afwezigheid kan duiden op persoonlijke omstandigheden, ziekte, of de groeiende onmogelijkheid om onder het regime van de bezetter het werk nog uit te voeren. Mirjam Groen-Swaab werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een klein, bureaucratisch puzzelstukje in de grotere geschiedenis van de uitsluiting en vervolging van de Joodse bevolking in Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 2