Brief (handgeschreven).
Origineel
Brief (handgeschreven). 4 maart 1941. L. Vogel, Vrolikstraat 50 II, Amsterdam. De Weledelgeboren Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. No 33 / 20/1 M 1941 7/4
Amsterdam 4 Maart 1941
Aan den WelEd Heer Directeur
van het Marktwezen
M.
Hiermede bericht ik U, dat het mij doet opkijken als dat mijn standplaats Westerstr is ingetrokken.
Mijn vermoeden is dat er een abuis is voorgekomen. Ik ben n.l. een dezer dagen op kantoor bij een Uwe dienaren geweest - en heb kunnen bewijzen dat ik momenteel steun geniet. Thans kan ik persoonlijk niet komen daar ik thans werkzaam bent in de werkverruiming. Ik hoop dan ook dat UEd. deze zaak zult onderzoeken en deze zaak ongedaan zult maken, kan terug-gaven van mijn plaats niet meer mogelijk zijn door dat hij misschien al aan een ander is weggegeven dan hoop ik dat U de schuld zult intrekken daar de fout niet bij mij licht maar bij een van Uw kantoor klerken.
In afwachting teken ik
Hoog achtend
L. Vogel
Vrolikstr. 50 II In deze brief protesteert de heer L. Vogel tegen het intrekken van zijn standplaats op de markt in de Westerstraat (Amsterdam). Hij voert aan dat er sprake moet zijn van een misverstand ("abuis"). Vogel legt uit dat hij onlangs op het kantoor van het Marktwezen is geweest om aan te tonen dat hij "steun" (een uitkering) geniet.
De brief is geschreven in een tijd van economische krapte; de schrijver geeft aan dat hij momenteel niet persoonlijk kan langskomen omdat hij werkt in de "werkverruiming" (werkverschaffingsprojecten). Hij verzoekt de directeur om de beslissing terug te draaien. Mocht de standplaats echter al aan iemand anders zijn vergeven, dan eist hij dat de "schuld" (waarschijnlijk een openstaande post of de blaam voor het verlies van de plek) wordt ingetrokken, aangezien de fout volgens hem bij de kantoorklerken ligt en niet bij hemzelf.
Het taalgebruik is voor die tijd formeel ("WelEd Heer", "UEd"), maar bevat ook enkele grammaticale eigenheden en spelfouten ("bent" in plaats van "ben", "licht" in plaats van "ligt"). Het document dateert van maart 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De maatschappelijke context wordt gekenmerkt door armoede en strikte overheidscontrole. De termen "steun" en "werkverruiming" zijn tekenend voor deze periode. De werkverruiming was een systeem van gesubsidieerde arbeid voor werklozen, vaak zwaar fysiek werk (zoals de aanleg van het Amsterdamse Bos).
De Westerstraat was (en is) een van de belangrijkste marktstraten van Amsterdam. Voor een marktkoopman was het behouden van een vaste standplaats essentieel voor zijn levensonderhoud. De administratieve rompslomp en mogelijke fouten van ambtenaren waar Vogel over klaagt, geven een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van de Amsterdamse arbeidersklasse tijdens de oorlogsjaren. L. Vogel M. Marktwezen