Archief 745
Inventaris 745-352
Pagina 507
Dossier 17
Jaar 1941
Stadsarchief

Administratieve notitie/besluitvorming van de gemeente Amsterdam (Afdeling Marktwezen).

22 april 1941 tot 5 mei 1941. Dossier: 14, 33/26/1

Origineel

Administratieve notitie/besluitvorming van de gemeente Amsterdam (Afdeling Marktwezen). 22 april 1941 tot 5 mei 1941. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/26/1, 1941
DOORGEZONDEN: 22/4 - '41.

[Tekst rechtsboven:]
461
E. Wijnberg, pl. 293 Westerstraat
29 sept. j.l. gewaarschuwd wegens
niet geregeld gebruik maken
van vaste plaats.

[Tekst midden links:]
M.i. geen bezwaar om dit verzoek,
eenigen tijd uitstel van plaatsbezetten te
verleenen.

[Tekst midden rechts:]
Th. v Burg
advies
23-4-'41
5/5/41 [Handtekening: De Haan]

[In rood potlood:] 33/26/217

[Tekst onderzijde:]
Aan E. Wijnberg kan m.i. worden toegestaan
om gedurende drie maanden zijn plaats op de
markt Westerstraat niet in te nemen, mits
Wijnberg zorgt, het ook tijdens zijn afwezigheid
verschuldigde marktgeld, wekelijks te betalen.
(Zie advies contr. marktw.)

[Handtekening over tekst:] v Burg 24/4 '41

[Onderaan links, gedrukte tekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016

[Onderaan rechts, handgeschreven:]
Acc. modelbriefje verz. 1/5-'41
29-4-'41 [Handtekening: De Haan] Dit document betreft een verzoek van een marktkoopman, E. Wijnberg, om tijdelijk zijn vaste staanplaats (nummer 293) op de Westerstraat-markt in Amsterdam niet te hoeven bezetten.

Uit de aantekeningen blijkt dat Wijnberg op 29 september van het voorgaande jaar (1940) al een waarschuwing had gekregen omdat hij zijn plek niet regelmatig gebruikte. Desondanks adviseert ambtenaar Th. van Burg op 23 april 1941 positief over het verzoek om drie maanden afwezigheid toe te staan. De voorwaarde die hieraan wordt verbonden, is dat het wekelijkse marktgeld gedurende die drie maanden wel gewoon doorbetaald moet worden.

Verschillende parafen en data (22 april, 23 april, 24 april, 29 april, 1 mei en 5 mei) tonen de ambtelijke weg die het document heeft afgelegd ter goedkeuring en afhandeling, eindigend met het verzenden van een modelbrief naar de betrokkene. Het document is historisch saillant vanwege de datum en de naam van de betrokkene. Het is opgesteld in het voorjaar van 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De naam "Wijnberg" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam.

In deze periode werden de maatregelen tegen Joodse burgers door de bezetter steeds strenger. Vanaf begin 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds vaker geweerd van reguliere markten of gedwongen zich te verplaatsen naar specifieke "Joodse markten". Het feit dat Wijnberg in september 1940 al gewaarschuwd was voor "niet geregeld gebruik" en in april 1941 om drie maanden uitstel vraagt, kan erop wijzen dat hij door de omstandigheden van de bezetting (of de voorbereiding op onderduik of deportatie) niet meer in staat was zijn beroep uit te oefenen.

Het document illustreert de kille bureaucratie die doorging tijdens de bezetting: terwijl de wereld voor Joodse Amsterdammers instortte, hield de gemeente Amsterdam zich strikt bezig met het innen van wekelijks marktgeld voor een onbezet plekje op de Westerstraat. E. Wijnberg M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Dit document betreft een verzoek van een marktkoopman, E. Wijnberg, om tijdelijk zijn vaste staanplaats (nummer 293) op de Westerstraat-markt in Amsterdam niet te hoeven bezetten.

Uit de aantekeningen blijkt dat Wijnberg op 29 september van het voorgaande jaar (1940) al een waarschuwing had gekregen omdat hij zijn plek niet regelmatig gebruikte. Desondanks adviseert ambtenaar Th. van Burg op 23 april 1941 positief over het verzoek om drie maanden afwezigheid toe te staan. De voorwaarde die hieraan wordt verbonden, is dat het wekelijkse marktgeld gedurende die drie maanden wel gewoon doorbetaald moet worden.

Verschillende parafen en data (22 april, 23 april, 24 april, 29 april, 1 mei en 5 mei) tonen de ambtelijke weg die het document heeft afgelegd ter goedkeuring en afhandeling, eindigend met het verzenden van een modelbrief naar de betrokkene.

Historische Context

Het document is historisch saillant vanwege de datum en de naam van de betrokkene. Het is opgesteld in het voorjaar van 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De naam "Wijnberg" is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam.

In deze periode werden de maatregelen tegen Joodse burgers door de bezetter steeds strenger. Vanaf begin 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds vaker geweerd van reguliere markten of gedwongen zich te verplaatsen naar specifieke "Joodse markten". Het feit dat Wijnberg in september 1940 al gewaarschuwd was voor "niet geregeld gebruik" en in april 1941 om drie maanden uitstel vraagt, kan erop wijzen dat hij door de omstandigheden van de bezetting (of de voorbereiding op onderduik of deportatie) niet meer in staat was zijn beroep uit te oefenen.

Het document illustreert de kille bureaucratie die doorging tijdens de bezetting: terwijl de wereld voor Joodse Amsterdammers instortte, hield de gemeente Amsterdam zich strikt bezig met het innen van wekelijks marktgeld voor een onbezet plekje op de Westerstraat.

Genoemde Personen 2

E. Wijnberg M. No

Locaties

Westerstraat

Producten

Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 2