Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie). 5 mei 1941. De Directeur (van de betreffende gemeentelijke marktdienst). (Handgeschreven in blauw potlood/krijt:) Verzonden 5/5
(Handgeschreven in donkere inkt:) [onduidelijk, mogelijk "In de leer" of een paraaf]
HG.
den Heer E.Wijnberg,
Kinkerstraat 204 III,
Amsterdam-West.
Wijk 12.
33/26/2 M. 5 Mei 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 21 April jl. verleen ik
U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw ver-
plichting om regelmatig Uw plaats op de markt Westerstraat in te
nemen.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens
Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den
dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, De brief is een officiële beschikking van de directeur van de Amsterdamse markten aan een marktkoopman, de heer E. Wijnberg. Wijnberg heeft verzocht om tijdelijk ontheven te worden van de plicht om fysiek aanwezig te zijn op zijn standplaats op de markt aan de Westerstraat (de bekende maandagochtendmarkt in de Jordaan).
De directeur stemt hiermee in voor een periode van drie maanden, mits de financiële verplichting (het marktgeld) gewoon wordt voldaan. Dit wijst op een strikte handhaving van de marktverordening: een plek die niet bezet werd, kon normaal gesproken vervallen aan de gemeente, tenzij er expliciet uitstel was verleend. De vermelding "Wijk 12" slaat op de administratieve indeling van de markt of de stadswijk. Het document is gedateerd op 5 mei 1941, exact één jaar na de Duitse inval en midden in de bezettingstijd. Deze specifieke datum en de naam van de geadresseerde (E. Wijnberg) zijn historisch beladen.
Vanaf begin 1941 namen de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam toe. Joodse marktkooplieden werden in de loop van dat jaar steeds verder beperkt in hun bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden. In september 1941 werden Joden uiteindelijk geheel verbannen van de reguliere markten. De aanvraag voor uitstel in april/mei 1941 door de heer Wijnberg zou te maken kunnen hebben met de toenemende dreiging, ziekte, of een poging om zijn handelspositie veilig te stellen in een tijd van grote onzekerheid. De Kinkerstraat, waar de geadresseerde woonde, was destijds een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie. E. Wijnberg