Getypte brief (doorslag/archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefkopie). 4 juni 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst Amsterdam). [Handgeschreven, rechtsboven:] In de lener
[Getypt, rechtsboven:] HG.
[Handgeschreven in blauw, middenboven:] Verzonden 4/6
[Getypt:]
den Heer J.Canes,
Afrikanerplein 29 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
33/33/2 M. 4 Juni 1941.
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 29 April jl. ver-
leen ik U hierbij gedurende twee maanden na dato dezes uitstel van
Uw verplichting om regelmatig Uw plaats op de markt Westerstraat te
bezetten.
U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens
Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den
dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Diredteur, De brief is een officiële beschikking aan de heer J. Canes betreffende zijn standplaats op de markt in de Westerstraat te Amsterdam. De heer Canes had op 29 april een verzoek ingediend, waarop de directie hem een uitstel van twee maanden verleent voor de plicht om zijn marktplaats fysiek te bezetten. Een strikte voorwaarde is dat het verschuldigde marktgeld gedurende deze periode wekelijks blijft worden voldaan aan de dienstdoende ambtenaar. Opvallend is de administratieve precisie (verwijzing naar "Wijk 20" en dossierkenmerk "33/33/2 M") en de opmerkelijke spelfout in de functietitel van de ondertekenaar ("Diredteur"). De datum van het document, 4 juni 1941, is cruciaal voor de historische duiding. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting. De geadresseerde, J. Canes, draagt een naam die veel voorkomt binnen de Sefardisch-Joodse gemeenschap in Amsterdam. Ook het adres, Afrikanerplein 29, lag in de Transvaalbuurt, een wijk met destijds een zeer grote Joodse populatie.
In 1941 werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter in snel tempo aangescherpt. Hoewel deze brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, is het uitstel van marktverplichtingen in deze periode vaak gelinkt aan de precaire situatie van Joodse ondernemers. Slechts enkele maanden na deze brief, in september 1941, werd het Joden definitief verboden om op reguliere markten (zoals die in de Westerstraat) te staan; zij werden verbannen naar speciaal aangewezen "Joodse markten". Dit document legt mogelijk een moment vast waarop een Joodse marktkoopman al niet meer in staat was of zich niet meer veilig voelde om zijn beroep op de reguliere markt uit te oefenen. Canes had (De heer) J. Canes