Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 14
Dossier 76
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen/besprekingsnotities op papier.

Origineel

Getypte notulen/besprekingsnotities op papier. Noti~~s~~ties van een bespreking op Vrijdag 23 Mei 1941 van den Directeur van het Marktwezen, den Heer C.F. Sixma, den bedrijfschef, de~~m~~ Heer J.Broerse, den assistent-bedrijfschef den Heer H.Steenbeek en den waarnemend Secretaris den Heer H.A.van Duinhoven met de heeren Dijkstra, Kist, Draaisma en Nooy, grossiers van de Centrale Markt.

Onderwerp:
Verhuring leegstaande pakhuizen.

De Directeur zet uiteen, dat er zich de laatste dagen verschillende gegadigden voor openstaande pakhuizen op de Centrale Markt hebben aangemeld; een en ander houdt verband met het feit, dat de tuinders zijn verplicht om te gaan veilen, waardoor een aantal grossiers, wier verkoopmogelijkheid belangrijk is uitgebreid, een nijpend gebrek aan pakhuisruimte krijgen. De volgorde, waarin gegadigden in aanmerking behooren te komen, is als volgt gedacht: in de eerste plaats komen in aanmerking, bestaande pakhuishuurders, die een naast hun pakhuis liggende, leegstaande afdeeling erbij willen huren; in de tweede plaats komen in aanmerking bestaande pakhuishuurders, die door ruiling met hun eigen pakhuisafdeeling een leegstaan-de afdeeling willen huren; in de derde plaats openplaatshouders, die een leegstaande pakhuisafdeeling zouden willen huren; in de vierde plaats grossiers, ~~waar~~ die reeds toegang tot de Centrale Markt hebben gehad, doch die in verband met de tijdsomstandigheden hun bedrijf hebben moeten stopzetten en die thans weder voor een pakhuisafdeeling in aanmerking wenschen te komen en ten slotte personen, die nog nimmer toegang tot de Centrale Markt hebben gehad en die thans verzoeken een pakhuisafdeeling op deze markt te mogen huren. Voor wat de twee laatste categorieën betreft ligt het in de bedoeling voor het verleenen van toegang tot de Centrale Markt die maatstaven aan te leggen, die in overleg met den handel zullen worden vastgesteld. Bij de verhuring moet verder rekening worden gehouden met de bekende plannen tot ariseering van de Centrale Markt. Er zal moeten worden afgewacht, wat de beslissing van de Duitsche autoriteiten terzake zal zijn. Van deze beslissing hangt namelijk af hoe de verhuring op pier B en van de pakhuizen in de Zuid-Westelijke hoek van de Hal zal kunnen verloopen. De handel kan zich met bovengeschetste gedragslijn vereeni[gd...] Dit document betreft een verslag van een vergadering over de herverdeling en verhuur van pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het probleem is een logistiek tekort: door nieuwe veilingverplichtingen voor tuinders hebben grossiers meer opslagruimte nodig.

De tekst bevat een duidelijke prioriteitenlijst voor wie in aanmerking komt voor een pakhuis. Opvallend is de bureaucratische, zakelijke toon waarmee gesproken wordt over "tijdsomstandigheden" (een eufemisme voor de oorlog/bezetting) en de noodzaak om bedrijven stop te zetten. Het document breekt af aan het einde van de pagina. De historische context van dit document is zeer beladen. De datum (mei 1941) plaatst de notities midden in de bezettingstijd. De meest cruciale term in de tekst is "ariseering". Dit verwijst naar het proces waarbij de Duitse bezetter Joodse ondernemers uit hun bedrijven zette en deze overdroeg aan niet-Joodse ('Arische') eigenaren of de staat.

Veel grossiers op de Centrale Markt in Amsterdam waren Joods. De "leegstaande pakhuizen" en de noodzaak voor een nieuwe verdeelsleutel zijn dus direct verbonden aan de onteigening en vervolging van Joodse Amsterdammers. De vermelding dat men moet wachten op de "Duitsche autoriteiten" onderstreept hoe de marktbeheerders op dat moment volledig ondergeschikt waren aan de anti-Joodse politiek van de bezetter.

Samenvatting

Dit document betreft een verslag van een vergadering over de herverdeling en verhuur van pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het probleem is een logistiek tekort: door nieuwe veilingverplichtingen voor tuinders hebben grossiers meer opslagruimte nodig.

De tekst bevat een duidelijke prioriteitenlijst voor wie in aanmerking komt voor een pakhuis. Opvallend is de bureaucratische, zakelijke toon waarmee gesproken wordt over "tijdsomstandigheden" (een eufemisme voor de oorlog/bezetting) en de noodzaak om bedrijven stop te zetten. Het document breekt af aan het einde van de pagina.

Historische Context

De historische context van dit document is zeer beladen. De datum (mei 1941) plaatst de notities midden in de bezettingstijd. De meest cruciale term in de tekst is "ariseering". Dit verwijst naar het proces waarbij de Duitse bezetter Joodse ondernemers uit hun bedrijven zette en deze overdroeg aan niet-Joodse ('Arische') eigenaren of de staat.

Veel grossiers op de Centrale Markt in Amsterdam waren Joods. De "leegstaande pakhuizen" en de noodzaak voor een nieuwe verdeelsleutel zijn dus direct verbonden aan de onteigening en vervolging van Joodse Amsterdammers. De vermelding dat men moet wachten op de "Duitsche autoriteiten" onderstreept hoe de marktbeheerders op dat moment volledig ondergeschikt waren aan de anti-Joodse politiek van de bezetter.

Ambtenaren

J. Broerse Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6