Archiefdocument
Origineel
-5-
een paar jaar geleden in de gelegenheid is gesteld om op de Centrale Markt een objekt te huren; toen de zaak echter in een beslissend stadium kwam, is Van Es niet komen opdagen en is de zaak op niets uitgeloopen.
De handel adviseert om door een Imformatie-bureau een onderzoek te doen instellen naar de kwaliteiten van Van Es, speciaal wat betreft zijn financieele kracht.
Vervolgens deelt de Directeur mede, dat de grossier Krant, die een zoldertje in de Hal heeft gehuurd voor ƒ 150,- per jaar met ingang van 1 Februari 1941, welke contract tot eenendertig Januari 1942 heeft verzocht om van de verplichtingen van vorenbedoeld ~~huur-~~ huurcontract te worden ontheven. Krant heeft twee plaatsen in de Hal en solliciteert thansvoor een pakhuis, waarna hij zijn beide plaatsen wil opgeven.
Men is van meening, dat zijn verzoek om ontbinding van het huurcontract voor den zolder niet moet worden ingewilligd; Krant heeft getracht in den koolhandel iets te verdienen en heeft daarom op 1 Februari het zoldertje gehuurd; dit is echter op niets uitgeloopen en daarom wil hij thans van zijn verplichtingen worden ontheven. De handel is van meening, dat dit geen gedragingen zijn voor een bonafide grossier en zijn verzoek moet daarom worden afgewezen. De heer Nooy deelt nog mede, dat Krant financieel zeer zwak staat en bijvoorbeeld bij hem voor ƒ 2400,- schuld heeft, waar met geen woord over wordt gesproken door Krant. Het is een zeer onsolide persoon, die naar de meening van den handel niet voor het huren van een pakhuis in aanmerking moet komen.
De Directeur deelt vervolgens mede, dat de grossier Hoogland, huurder van pakhuis E 4 en Burgers, huurder van pakhuis E een vennootschap of een firma hebben gesticht en thans ontbinding vragen van het pakhuis E 4, dat op 31 December a.s. afloopt. Zij willen pakhuis D 4 aanhouden om daarin gezamenlijk hun zaken te drijven, omdat zij van meening zijn, dat dit pakhuis gunstiger voor hun handel is gelegen.
De handel deelt mede, dat beide grossiers als nette en bonafide handelaren bekend staan en er derhalve geen bezwaar behoeft te bestaan, om voor te stellen pakhuis E 4 te ontbinden.
Vervolgens deelt de Directeur mede, dat M. de Wit een leurder is, $^ \text{die}$ speciaal aan de Overzijde van het IJ de winkeliers met groenten voorziet. Het document bevat notulen of besluitvorming aangaande de toewijzing en opzegging van bedrijfsruimtes (zolders en pakhuizen) op een centrale markt. Er worden drie specifieke dossiers behandeld:
- Van Es: Er is wantrouwen over zijn betrouwbaarheid omdat hij eerder niet kwam opdagen. Men adviseert een kredietwaardigheidsonderzoek via een "Imformatie-bureau" (sic).
- Grossier Krant: Een negatief advies. Krant wordt neergezet als "onsolide" en niet "bonafide" vanwege zijn schulden (ƒ 2400,-) en het feit dat hij zijn lopende verplichtingen niet nakomt na een mislukt avontuur in de koolhandel.
- Hoogland & Burgers: Een positief advies. In tegenstelling tot Krant worden zij omschreven als "nette en bonafide handelaren". Hun verzoek om samen te gaan in pakhuis D 4 wordt gesteund.
- M. de Wit: Een korte vermelding van zijn status als leurder (straatverkoper) die groenten levert aan de andere kant van het IJ.
Opvallend is het morele oordeel van "De handel" (waarschijnlijk de adviescommissie van handelaren) dat zwaar meeweegt in de besluitvorming van de directeur. De tekst speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog (1941-1942 wordt expliciet genoemd). De locatie is vrijwel zeker Amsterdam, gezien de referentie naar de "Centrale Markt" (de toenmalige markt in Amsterdam-West) en de leveringen aan de "Overzijde van het IJ" (Amsterdam-Noord). Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening en de controle op handelaren uiterst strikt. Het onderscheid tussen "bonafide" en "onsolide" handelaren was in deze periode van schaarste en distributie van groot belang voor de autoriteiten om de grip op de markt te behouden. Krant (Grossier) M. de Wit Nooy deelt (De heer)