Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 19
Dossier 7
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt verslag of notulen (pagina 6).

Origineel

Getypt verslag of notulen (pagina 6). -6-

Deze aangelegenheid is met de Verkeersinspectie besproken om voor te stellen, de aan De Wit verleende benzinevergunning in te trekken. De man is in het bezit van een groothandelserkenning. De Verkeersinspectie heeft er echter op gewezen, dat er groote moeilijkheden bestaan bij den afvoer van producten der Centrale Markt. De Wit is derhalve een uitkomst voor de winkeliers, die in Noord zijn gevestigd. Anderzijds moeten echter de bepalingen van het Reglement op de Centrale Markt, die het leuren verbieden, worden uitgevoerd. De Verkeersinspectie heeft meegedeeld, dat zij de beslissing over al of niet intrekking van de rijvergunning van De Wit geheel overlaat aan het advies van den Directeur van het Marktwezen. Het gevaar zou bestaan, dat De Wit een groote zaak zou kunnen opbouwen, wanneer hij ongehinderd groothandel aan de Overzijde van het IJ zou kunnen drijven. Daar staat echter tegenover, dat hij slechts zeer [doorgestreept: onleesbaar] krijgt, zoodat zijn zaken beperkt moeten blijven. De mogelijkheid blijft echter open, dat De Wit zijn goederen per schip zou aanvoeren, zoodat er dan een ongewenschte toestand zou ontstaan. De handel acht het leuren een zoodanig gevaar, waarop de contrôle zoo moeilijk is, dat men het ten zeerste gewenscht acht, dat hiertegen met de meest groote kracht wordt opgetreden. Zij adviseert mitsdien om de aan De Wit verleende rijvergunning in te trekken.

Vervolgens stelt de Directeur aan de orde de mogelijkheid om aan grossiers op de pieren plaatsruimte, die door het feit, dat de tuinders moeten veilen, zijn vrijgekomen, beschikbaar te stellen voor grossiers, speciaal voor opslagruimte van ledige emballage en bewaarruimte voor de groenten. Op de pieren A, B en C kan deze mogelijkheid thans niet worden overwogen, omdat daar de natte tuinders nog lossen. Hier zal dus even moeten worden gewacht, totdat voor de tuinders een andere oplossing is gevonden. Op de pieren D en E zal echter een mogelijkheid voor het opslaan van goederen van grossiers kunnen worden overwogen. De handel heeft momenteel groote behoefte aan een dergelijke ruimte, men wijst erop, dat het vraagstuk van het centraal innemen van emballage hierbij van groot belang is. Men acht het dringend gewenscht, dat allereerst wordt begonnen met het zoeken van een mogelijkheid om het emballagevraagstuk op de Centrale Markt op te lossen. Zoolar De tekst belicht een conflict tussen logistieke efficiëntie en marktregulering in een stedelijke context. Centraal staat de casus van "De Wit", een handelaar die enerzijds een noodzakelijke schakel vormt voor winkeliers in Amsterdam-Noord, maar anderzijds de regels overtreedt door te "leuren" (onvergunde straathandel of verkoop buiten de vaste standplaats). De autoriteiten vrezen dat hij door zijn gunstige locatie aan de overzijde van het IJ een te machtige positie krijgt als de regels niet strikt worden gehandhaafd.

Daarnaast toont het document een ruimtelijk-logistiek vraagstuk op de Centrale Markt. Er is een verschuiving gaande waarbij pieren die voorheen door tuinders werden gebruikt voor de veiling, nu vrijkomen voor grossiers. De nadruk ligt hierbij op de noodzaak voor opslag van "emballage" (verpakkingsmateriaal zoals kratten), wat wijst op een professionalisering en schaalvergroting van de handel. Hoewel een exacte datum ontbreekt, duidt de spelling (zoals zoodanig, groote, mitsdien) en de term "benzinevergunning" op de periode rond of kort na de Tweede Wereldoorlog, toen brandstof en transportmiddelen nog schaars waren of strikt gereguleerd werden. De geografische verwijzing naar "Noord" en "de Overzijde van het IJ" plaatst dit document nagenoeg zeker in Amsterdam, specifiek betreffende de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. De "natte tuinders" refereert aan tuinders die hun producten over het water aanvoerden, een praktijk die in de loop van de 20e eeuw steeds meer werd verdrongen door wegtransport.

Samenvatting

De tekst belicht een conflict tussen logistieke efficiëntie en marktregulering in een stedelijke context. Centraal staat de casus van "De Wit", een handelaar die enerzijds een noodzakelijke schakel vormt voor winkeliers in Amsterdam-Noord, maar anderzijds de regels overtreedt door te "leuren" (onvergunde straathandel of verkoop buiten de vaste standplaats). De autoriteiten vrezen dat hij door zijn gunstige locatie aan de overzijde van het IJ een te machtige positie krijgt als de regels niet strikt worden gehandhaafd.

Daarnaast toont het document een ruimtelijk-logistiek vraagstuk op de Centrale Markt. Er is een verschuiving gaande waarbij pieren die voorheen door tuinders werden gebruikt voor de veiling, nu vrijkomen voor grossiers. De nadruk ligt hierbij op de noodzaak voor opslag van "emballage" (verpakkingsmateriaal zoals kratten), wat wijst op een professionalisering en schaalvergroting van de handel.

Historische Context

Hoewel een exacte datum ontbreekt, duidt de spelling (zoals zoodanig, groote, mitsdien) en de term "benzinevergunning" op de periode rond of kort na de Tweede Wereldoorlog, toen brandstof en transportmiddelen nog schaars waren of strikt gereguleerd werden. De geografische verwijzing naar "Noord" en "de Overzijde van het IJ" plaatst dit document nagenoeg zeker in Amsterdam, specifiek betreffende de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. De "natte tuinders" refereert aan tuinders die hun producten over het water aanvoerden, een praktijk die in de loop van de 20e eeuw steeds meer werd verdrongen door wegtransport.

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6