Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 15 augustus 1942 A. Kramer, Rozenstraat 215 II, Amsterdam Directeur van het Gemeentelijk Marktwezen, Amsterdam [Marge boven:] 64/8/4 [gekrabbeld] 17/8 [met paraaf]
Amsterdam. 15 Augustus 1942.
Den Wel Edelen Heer Direkteur
van het Gemeentelyk Marktwezen
te Amsterdam.
Wel Edele Heer,
Ondergetekende, A. Kramer, wonende Rozenstraat 215 II Alhier
wend zich tot U met het volgende. Ongeveer een vijftal weken te-
rug, vroeg hij aan den Heer Broerse of de mogelykheid bestond dat
hij in het genot werd gesteld en te huur kreeg, een pakhuisje eventueel
standplaats. Deze adviseerde hem, zich schriftelyk tot de Direktie te
wenden, en daarin het verzoek te doen. Hij heeft dit gedaan, doch kreeg
daarop geen antwoord. De week daarop heeft hij zich persoonlyk tot
de Direktie gewend en in een onderhoud, in het bijzyn van de Heer Broerse
zijn verzoek herhaald. Deze, de Heer Broerse, gaf toen ten antwoord dat
er geen besluit genomen kon worden, aangezien de beslissing bij de com-
missie [?] lag. Na weer enige tyd gewacht te hebben, heb ik mij weer
tot de Heer Broerse gewend en deze verwees mij toen naar de Heer Dijkstra.
Deze nam de mij toegewezen punten op en ik zou er wel van horen. Ik hoorde
er echter niets van en toen ik de Heer Dijkstra hier over sprak verwees
deze mij weer naar den Heer Broerse, echter zonder resultaat. Zoo werd
ik van het kastje naar de muur gestuurd. Nu wend ik mij weer tot
U met hetzelfde verzoek. Zou ik de gelegenheid krijgen om te huren
op de Centrale Markt een pakhuisje of standplaats. Hij heeft van [pagina eindigt] * Taal en Stijl: De brief is geschreven in een formele, ietwat verouderde stijl (bijv. "in het genot werd gesteld"). Opvallend is dat de schrijver begint in de derde persoon ("Ondergetekende... vroeg hij"), maar halverwege overschakelt naar de eerste persoon ("heb ik mij weer...").
* Inhoud: De heer Kramer beklaagt zich over de stroperige bureaucratie bij het Gemeentelijk Marktwezen. Hij probeert al vijf weken een standplaats of pakhuisje te huren op de Centrale Markt, maar wordt door ambtenaren (de heren Broerse en Dijkstra) herhaaldelijk doorverwezen zonder resultaat.
* Kerngezegde: De schrijver gebruikt de klassieke Nederlandse uitdrukking "van het kastje naar de muur gestuurd worden" om zijn frustratie over de ambtelijke gang van zaken te beschrijven.
* Toestand: Het handschrift is goed leesbaar, geschreven op gelinieerd papier. Er zijn administratieve nummers boven aan de pagina toegevoegd door de ontvangende instantie. * Historische context: De brief dateert van augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een civiele, logistieke kwestie betreft (markthandel), was de Centrale Markt in Amsterdam in die tijd een vitale en streng gecontroleerde plek voor de voedselvoorziening.
* Locatie: De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het kloppende hart van de Amsterdamse handel. Voor kleine handelaren zoals de afzender was toegang tot een pakhuis of standplaats essentieel voor hun levensonderhoud in een tijd van toenemende schaarste en distributiemaatregelen.
* Administratie: Dergelijke brieven geven een inkijkje in de dagelijkse interactie tussen burgers en het gemeentelijk apparaat onder de druk van de bezettingsomstandigheden, waarbij besluitvorming vaak vertraagd werd door commissies en hiërarchische onduidelijkheid. A. Kramer Kramer beklaagt (De heer) Marktwezen