Getypte ambtelijke brief/memo.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memo. 5 juni 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). [Handgeschreven in blauw:] Laten
[Rechtsboven getypt:] HG.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
37/46/3 M. 2 5 Juni 1941.
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te
doen geworden ten name van J.Kleyn betreffende huur van pakhuisaf-
deeling no.H 15 op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit con-
tract door den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam te willen
bevorderen en mij het daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan
dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur, * Inhoud: De brief dient als geleidebrief voor een huurcontract in tweevoud (duplo). Het betreft de verhuur van pakhuisafdeling H 15 op de Centrale Markt in Amsterdam aan een zekere J. Kleyn.
* Procedure: De directeur verzoekt de wethouder om zorg te dragen dat het contract getekend wordt door de Regeringscommissaris. Na ondertekening moet het document worden teruggestuurd zodat de afzender de officiële registratie kan voltooien.
* Terminologie: Het taalgebruik is uiterst formeel ("heb ik de eer U... te doen geworden", "beleefd verzoeken"). De term "Alhier" duidt aan dat de correspondentie binnen dezelfde gemeente (Amsterdam) plaatsvindt. * Historische periode: De brief dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Bestuurlijke context: De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is historisch significant. In maart 1941, na de Februaristaking, stelden de Duitse bezetters Edward Voûte aan als regeringscommissaris, die in feite de rol van burgemeester met uitgebreide bevoegdheden overnam nadat de gemeenteraad en de wethouders buitenspel waren gezet of vervangen. Dat de brief nog is geadresseerd aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op de overgangsfase in het bestuurlijk apparaat waarbij de lagere administratieve echelons nog volgens oude structuren functioneerden, maar de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid bij de door de bezetter aangestelde commissaris lag.
* Voedselvoorziening: De Centrale Markt en de Wethouder voor de Levensmiddelen speelden een cruciale rol tijdens de bezetting vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. Het beheer van pakhuizen was essentieel voor de opslag en distributie van schaarse goederen. J. Kleyn