Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 300
Dossier 68
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Administratief memorandum.

24 juni 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen).

Origineel

Dienstbrief / Administratief memorandum. 24 juni 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen). HG.

extra

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

37/56/2 M. 4 24 Juni 1941.

In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden:
2 contracten in duplo betreffende de pakhuisafdeelingen no.'s
D 3 en D 11 van pier D op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat
deze contracten door den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam
worden geteekend. Daarna gelieve U ze mij te doen terugzenden,
teneinde voor registratie te kunnen zorgdragen.

De Directeur, * Onderwerp: De formele doorgeleiding van huur- of gebruikscontracten voor specifieke pakhuisruimtes (D3 en D11) op de Centrale Markt in Amsterdam.
* Taalgebruik: Formeel-ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te doen geworden", "moge U beleefd verzoeken").
* Structuur: Een standaard begeleidend schrijven waarbij documenten ter ondertekening worden aangeboden en na ondertekening worden teruggevraagd voor de administratieve afhandeling (registratie).
* Belangrijke termen: De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is een directe verwijzing naar het gewijzigde bestuurstelsel tijdens de bezettingsjaren. Dit document stamt uit juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In maart 1941 was de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de wethouders ontslagen. Er werd een regeringscommissaris aangesteld (Edward Voute) die de taken van de burgemeester en de raad overnam. Hoewel de brief is geadresseerd aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen", functioneerde het bestuur in deze periode onder streng toezicht van de bezetter.

De Centrale Markthallen in Amsterdam-West waren cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad, zeker in een tijd van toenemende schaarste en distributie. Het beheer van de pakhuizen was een essentiële logistieke taak. Dat de contracten door de regeringscommissaris getekend moesten worden, onderstreept de centralisatie van de macht in die periode, waarbij zelfs relatief kleine administratieve handelingen langs de hoogste door de bezetter aangestelde functionaris gingen.

Samenvatting

  • Onderwerp: De formele doorgeleiding van huur- of gebruikscontracten voor specifieke pakhuisruimtes (D3 en D11) op de Centrale Markt in Amsterdam.
  • Taalgebruik: Formeel-ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te doen geworden", "moge U beleefd verzoeken").
  • Structuur: Een standaard begeleidend schrijven waarbij documenten ter ondertekening worden aangeboden en na ondertekening worden teruggevraagd voor de administratieve afhandeling (registratie).
  • Belangrijke termen: De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is een directe verwijzing naar het gewijzigde bestuurstelsel tijdens de bezettingsjaren.

Historische Context

Dit document stamt uit juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In maart 1941 was de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de wethouders ontslagen. Er werd een regeringscommissaris aangesteld (Edward Voute) die de taken van de burgemeester en de raad overnam. Hoewel de brief is geadresseerd aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen", functioneerde het bestuur in deze periode onder streng toezicht van de bezetter.

De Centrale Markthallen in Amsterdam-West waren cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad, zeker in een tijd van toenemende schaarste en distributie. Het beheer van de pakhuizen was een essentiële logistieke taak. Dat de contracten door de regeringscommissaris getekend moesten worden, onderstreept de centralisatie van de macht in die periode, waarbij zelfs relatief kleine administratieve handelingen langs de hoogste door de bezetter aangestelde functionaris gingen.

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6