Ambtsbrief of intern memorandum (concept of doorslag).
Origineel
Ambtsbrief of intern memorandum (concept of doorslag). 7 november 1941 (gebaseerd op handgeschreven aantekening linksboven). [[37/15/20 C.M.]]
[[7/11/41 [initialen]]] Den heer Chef vh. Bevolkings-
register
In verband met de plannen [[te Amsterdam]]
voor de afperking der C.M.
[[~~in bijlage dezes~~]] heb ik de eer U te
doen toekomen een lijst van koopers
[[~~der~~]] Centrale Markt, woonachtig
te Amsterdam, met beleefd verzoek
daarin te doen aanteekenen, wie
van deze personen als Jood [[(in den zin der Verord. 189/1940)]]
moet worden aangemerkt.
[[46A/51/2 VM.]] [[J.D.]]
[[afd. Rijkscomm.,]] Dit document is een formele opdracht of een verzoek gericht aan de chef van het Bevolkingsregister van Amsterdam. De afzender (waarschijnlijk namens de afdeling Rijkscommissariaat of een gerelateerde administratieve eenheid) vraagt om informatie over een specifieke groep mensen: de kopers (handelaren) op de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam.
Het doel van het verzoek is om op een bijgevoegde lijst (niet getoond) te laten aantekenen welke van deze personen als "Jood" moeten worden aangemerkt volgens de definitie in de beruchte Verordening 189/1940. Deze verordening verplichtte Joodse ondernemingen tot registratie en vormde de basis voor de latere uitsluiting van Joden uit het economische leven en de uiteindelijke "Arisering" of liquidatie van hun bedrijven.
In de tekst wordt gesproken over "plannen voor de afperking der C.M.". Dit verwijst naar de segregatie op de markt, waarbij Joodse handelaren werden afgezonderd of uiteindelijk geheel werden uitgesloten van de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) voerden de nazi's stapsgewijs anti-Joodse maatregelen in. Verordening 189/1940 (oktober 1940) was een cruciaal instrument om het economische bezit en de participatie van Joden in kaart te brengen.
De Centrale Markt in Amsterdam was een essentieel knooppunt voor de voedselvoorziening. Door de medewerking van het Bevolkingsregister te vorderen, konden de bezetters met grote precisie vaststellen wie zij uit deze sector wilden verwijderen. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische voorbereiding van de Holocaust ("Shoah") in Nederland, waarbij reguliere administratieve instellingen werden ingezet voor vervolging. De rode aantekeningen en codes duiden op een systematische archivering en verwerking binnen het bezettingsapparaat.
Samenvatting
Dit document is een formele opdracht of een verzoek gericht aan de chef van het Bevolkingsregister van Amsterdam. De afzender (waarschijnlijk namens de afdeling Rijkscommissariaat of een gerelateerde administratieve eenheid) vraagt om informatie over een specifieke groep mensen: de kopers (handelaren) op de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam.
Het doel van het verzoek is om op een bijgevoegde lijst (niet getoond) te laten aantekenen welke van deze personen als "Jood" moeten worden aangemerkt volgens de definitie in de beruchte Verordening 189/1940. Deze verordening verplichtte Joodse ondernemingen tot registratie en vormde de basis voor de latere uitsluiting van Joden uit het economische leven en de uiteindelijke "Arisering" of liquidatie van hun bedrijven.
In de tekst wordt gesproken over "plannen voor de afperking der C.M.". Dit verwijst naar de segregatie op de markt, waarbij Joodse handelaren werden afgezonderd of uiteindelijk geheel werden uitgesloten van de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) voerden de nazi's stapsgewijs anti-Joodse maatregelen in. Verordening 189/1940 (oktober 1940) was een cruciaal instrument om het economische bezit en de participatie van Joden in kaart te brengen.
De Centrale Markt in Amsterdam was een essentieel knooppunt voor de voedselvoorziening. Door de medewerking van het Bevolkingsregister te vorderen, konden de bezetters met grote precisie vaststellen wie zij uit deze sector wilden verwijderen. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische voorbereiding van de Holocaust ("Shoah") in Nederland, waarbij reguliere administratieve instellingen werden ingezet voor vervolging. De rode aantekeningen en codes duiden op een systematische archivering en verwerking binnen het bezettingsapparaat.