Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 30 oktober 1941. Jacob Klapmuts, wonende aan de Vespuccistraat 68-II, Amsterdam-West. Vermoedelijk de Directie van het Marktwezen Amsterdam (geadresseerd als "Wel Ed: Heer"). [Stempel linksboven:]
№ 46A / 55 / 1 M. 1941 30/10
[Aantekening rechtsboven:]
uittr. [?]
30 - 10 - 1941 A'dam.
Wel Ed: Heer
Ondergetekende Jacob Klapmuts, wonende
Vespuccistr 68 II A'dam (west) standplaatshouder
en in bezit van Ventvergunning.
Voor het laatste jaar met den Haringkar
niets meer te verdienen is, vraag ik u beleefd
om op de lijst van den vismarkt te Amsterdam
geplaats te worden. Om in mijn onderhoud
te voorzien
Hoogachting
J Klapmuts.
Vespuccistr 68 II
A dam. (W) De schrijver, Jacob Klapmuts, verzoekt de instanties om te worden toegelaten tot de vaste vismarkt in Amsterdam. Hij motiveert dit verzoek door aan te geven dat zijn huidige werkzaamheden als ambulant visverkoper ("met den Haringkar") door de omstandigheden van het afgelopen jaar niet langer rendabel zijn. Hij benadrukt dat hij reeds beschikt over de nodige papieren, zoals een ventvergunning en de status van standplaatshouder. De brief is geschreven in een formele, respectvolle stijl die typerend is voor correspondentie met de overheid in die periode. De tekst getuigt van de economische druk op kleine zelfstandigen tijdens de bezettingsjaren. Het document stamt uit oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan goederen en de regulering van de handel door de bezetter en de Nederlandse autoriteiten hand over hand toe. Voor haringverkopers was het extra lastig vanwege de beperkingen op de Noordzeevisserij.
De Vespuccistraat in Amsterdam-West lag in een buurt waar destijds veel kleine middenstanders woonden. In 1941 vonden er tevens ingrijpende wijzigingen plaats op de Amsterdamse markten; vanaf het voorjaar van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder geïsoleerd en mochten zij alleen nog op specifieke "Joodse markten" staan. Hoewel deze brief niet expliciet ingaat op de identiteit van de afzender, vormt deze verordening de achtergrond waartegen alle verzoeken om marktplaatsen in Amsterdam in die tijd werden beoordeeld. De afdeling Marktwezen (het 'M'-stempel) beheerde deze lijsten en vergunningen. Marktwezen
Samenvatting
De schrijver, Jacob Klapmuts, verzoekt de instanties om te worden toegelaten tot de vaste vismarkt in Amsterdam. Hij motiveert dit verzoek door aan te geven dat zijn huidige werkzaamheden als ambulant visverkoper ("met den Haringkar") door de omstandigheden van het afgelopen jaar niet langer rendabel zijn. Hij benadrukt dat hij reeds beschikt over de nodige papieren, zoals een ventvergunning en de status van standplaatshouder. De brief is geschreven in een formele, respectvolle stijl die typerend is voor correspondentie met de overheid in die periode. De tekst getuigt van de economische druk op kleine zelfstandigen tijdens de bezettingsjaren.
Historische Context
Het document stamt uit oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan goederen en de regulering van de handel door de bezetter en de Nederlandse autoriteiten hand over hand toe. Voor haringverkopers was het extra lastig vanwege de beperkingen op de Noordzeevisserij.
De Vespuccistraat in Amsterdam-West lag in een buurt waar destijds veel kleine middenstanders woonden. In 1941 vonden er tevens ingrijpende wijzigingen plaats op de Amsterdamse markten; vanaf het voorjaar van 1941 werden Joodse marktkooplieden steeds verder geïsoleerd en mochten zij alleen nog op specifieke "Joodse markten" staan. Hoewel deze brief niet expliciet ingaat op de identiteit van de afzender, vormt deze verordening de achtergrond waartegen alle verzoeken om marktplaatsen in Amsterdam in die tijd werden beoordeeld. De afdeling Marktwezen (het 'M'-stempel) beheerde deze lijsten en vergunningen.