Fragment van een handgeschreven verzoekschrift of bezwaarschrift.
Origineel
Fragment van een handgeschreven verzoekschrift of bezwaarschrift. R. Jonker, woonachtig aan de Hasebroekstraat 94 te Amsterdam-West. soonlijk belang kan hij zich toch niet voorstellen dat
het de bedoeling is hem uit te schakelen wijl hij toch
een onderdeel uitoefende de visscherij betreffende .
In afwachting van een spoedige en
gunstige beslissing, teekent hij met de meeste
Hoogachting
R Jonker.
Mijn gezin bestaat uit 6 personen.
Standplaats: Potgieterstraat bij de Bilderdijkstr
Verg. No. 5/179 L.M.
[Stempel in paarse inkt:]
R. JONKER
Hasebroekstraat 94"
AMSTERDAM-W,
[Handgeschreven ambtelijke kanttekeningen onderaan:]
afwijzen
oproepen voor mosselenhandel
Zal kaart halen
inschrijven amb. De brief is geschreven door R. Jonker, een kleine zelfstandige die vreest zijn nering te verliezen. De tekst is het slotstuk van een betoog waarin hij stelt dat het uitschakelen van zijn bedrijfsvoering onredelijk zou zijn, aangezien hij een erkend onderdeel van de visserijsector vormt. Om de urgentie van zijn verzoek te onderstrepen, voegt hij de sociaal-economische context toe dat zijn gezin uit zes personen bestaat.
Het document bevat specifieke administratieve details, zoals de locatie van zijn standplaats (Potgieterstraat hoek Bilderdijkstraat) en een vergunningsnummer. De ambtelijke notities onderaan tonen de afhandeling van het dossier: hoewel er initieel "afwijzen" is genoteerd, lijkt er een opening te zijn gemaakt voor de "mosselenhandel", mogelijk als alternatieve toewijzing. Dit type documenten is kenmerkend voor de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam tijdens de eerste helft van de 20e eeuw (vermoedelijk jaren '30 of '40). In deze periode was de markthandel en het uitstallen van goederen op de openbare weg strikt gereguleerd via een vergunningenstelsel. De Kinkerbuurt, waar zowel de woning van de afzender als de standplaats zich bevonden, was een volksbuurt waar veel kleine handelaren afhankelijk waren van dergelijke gemeentelijke beschikkingen voor hun dagelijks brood. De spelling ("visscherij") duidt op een datering van vóór de spellinghervorming van 1947.
Samenvatting
De brief is geschreven door R. Jonker, een kleine zelfstandige die vreest zijn nering te verliezen. De tekst is het slotstuk van een betoog waarin hij stelt dat het uitschakelen van zijn bedrijfsvoering onredelijk zou zijn, aangezien hij een erkend onderdeel van de visserijsector vormt. Om de urgentie van zijn verzoek te onderstrepen, voegt hij de sociaal-economische context toe dat zijn gezin uit zes personen bestaat.
Het document bevat specifieke administratieve details, zoals de locatie van zijn standplaats (Potgieterstraat hoek Bilderdijkstraat) en een vergunningsnummer. De ambtelijke notities onderaan tonen de afhandeling van het dossier: hoewel er initieel "afwijzen" is genoteerd, lijkt er een opening te zijn gemaakt voor de "mosselenhandel", mogelijk als alternatieve toewijzing.
Historische Context
Dit type documenten is kenmerkend voor de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam tijdens de eerste helft van de 20e eeuw (vermoedelijk jaren '30 of '40). In deze periode was de markthandel en het uitstallen van goederen op de openbare weg strikt gereguleerd via een vergunningenstelsel. De Kinkerbuurt, waar zowel de woning van de afzender als de standplaats zich bevonden, was een volksbuurt waar veel kleine handelaren afhankelijk waren van dergelijke gemeentelijke beschikkingen voor hun dagelijks brood. De spelling ("visscherij") duidt op een datering van vóór de spellinghervorming van 1947.