Getypte zakelijke brief (doorslag/kopie).
Origineel
Getypte zakelijke brief (doorslag/kopie). 22 november 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst Marktwezen, Amsterdam). De Nederlandsche Visscherijcentrale, Juliana v. Stolbergplein 3/4, 's-Gravenhage. VD/HG.
[Handgeschreven: Verzonden 22/11]
46A/66/2 M.
22 November 1941.
de Nederlandsche Visscherij-
centrale,
Juliana v.Stolbergplein 3/4,
's-Gravenhage.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 dezer No.15649
Afd. verdeeling, waarvan de behandeling tot mijn spijt in
verband met zeer drukke werkzaamheden is vertraagd, heb ik de
eer U te berichten, dat de vischventer J.M.Marinus bij mijn
dienst geheel onbekend is. Hij is niet in het bezit van een
ventvergunning, terwijl hem evenmin een toegangskaart voor de
Vischmarkt is uitgereikt. Dientengevolge was het uitgesloten,
dat zijn naam op de verdeelingslijst der Vischmarkt kon voor-
komen. Hij heeft ook nimmer verzocht om op deze lijst ge-
plaatst te worden.
Marinus, te mijnen kantore door den Inspecteur van
mijn Dienst ontboden, verklaarde, dat hij met zijn vader en
zijn broer samen handel drijft in gerookte aal en wel in een
winkel in de Oranjestraat bij den Haarlemmerdijk. Door de in
den aalhandel plaatsgevonden hebbende knoeierijen, is het in
het afgeloopen seizoen meermalen voorgekomen, dat zij geen
handel konden verkrijgen. Marinus deelde mede, dat hij zich
als gevolg hiervan tot de Visscherijcentrale heeft gewend om
voor zijn zaak een toewijzing van 600 pond aal per week te
verkrijgen. Dit verzoek zou door de Visscherijcentrale zijn
afgewezen, reden waarom Marinus zich tot den Beauftragte
heeft gewend.
De Directeur, * Onderwerp: De brief handelt over de status van de visverkoper J.M. Marinus en zijn aanspraak op toewijzing van vis (gerookte aal).
* Status van de betrokkene: De afzender stelt vast dat Marinus niet officieel geregistreerd staat als visventer en geen marktvergunning bezit. Hij komt daarom niet voor op de officiële distributielijsten.
* Problematiek: Er wordt melding gemaakt van "knoeierijen" in de palinghandel, waardoor Marinus en zijn familie geen handelswaar meer konden bemachtigen.
* Escalatie: Omdat de reguliere weg (via de Visscherijcentrale) werd afgewezen, heeft Marinus zich gewend tot "den Beauftragte". Dit is een duidelijke verwijzing naar de Duitse toezichthouder tijdens de bezetting. Dit duidt erop dat de betrokkene probeerde via de bezettingsmacht een beslissing van de Nederlandse instanties af te dwingen.
* Locatie: De genoemde locatie (Oranjestraat bij de Haarlemmerdijk) plaatst de winkel in de Jordaan in Amsterdam, een gebied dat destijds bekend stond om de handel in vis. Dit document is geschreven in november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen groot en was de distributie van levensmiddelen, waaronder vis, strikt gereguleerd door instanties zoals de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC).
De brief illustreert de spanningen tussen de Nederlandse bureaucratie en individuele handelaren die in het nauw kwamen door de distributieregels. De vermelding van de "Beauftragte" is historisch significant: burgers die door de Nederlandse overheid werden afgewezen, zochten vaak hun heil bij de Duitse autoriteiten om alsnog hun zin te krijgen, wat door de Nederlandse ambtenarij vaak met argwaan werd bekeken. Het gebruik van termen als "knoeierijen" suggereert bovendien dat er sprake was van een levendige zwarte markt of onregelmatigheden in de vishandel tijdens de oorlogsjaren.