Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 5 november 1941. Jan Hendriks, Bosch en Lommerweg 18-III, Amsterdam. [Linksboven in handschrift:] Inschrijven
[Stempel/Aantekening:] № 46A / 73 / 1 [Stempel:] M. 1941
[Rechtsboven:] Oproepen voor alle aal
Amsterdam 5-11-41
Mijnheer
Ondergetekende die zich heeft laten
inschrijven voor de verdeeling van
visch aan de Amsterdamsche visch-
markt omrede hij zijn handel
in commissie van buiten betrekt
verzoekt hiermede, daar hij als
venter geen visch van buiten toe
gevoerd krijgt, weer in aanmerking
te mogen komen voor de vischverde-
ling
Hij is hoofdzakelijk aalroker
en heeft een vent en standplaats
vergunning
Hoogachtend
Jan Hendriks
Bosch en Lommerweg 18 III
[Onderaan genoteerd:]
opgeroepen op 12/11 ’41
11 uur [paraf] 10/11 De brief is een formeel verzoek van Jan Hendriks, een zelfstandig aalroker uit Amsterdam-West. De kern van zijn probleem is de haperende aanvoer: hij betrok zijn handelswaar voorheen "in commissie van buiten" (buiten de stad of via tussenpersonen), maar als straatventer krijgt hij nu geen vis meer toegeleverd. Hij verzoekt daarom om opgenomen te worden in de officiële visverdeling van de Amsterdamsche vischmarkt. Hij benadrukt dat hij in het bezit is van de benodigde papieren (vent- en standplaatsvergunning) om zijn vak uit te oefenen.
De aantekening onderaan de brief laat zien dat de administratie snel reageerde; de brief is gedagtekend op 5 november en op 10 november is genoteerd dat hij op 12 november om 11:00 uur moet verschijnen ("opgeroepen"). Het document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de schaarste aan voedsel en grondstoffen steeds nijpender, wat leidde tot een strikte centralisatie en distributie van goederen. Kleine zelfstandigen zoals Hendriks waren voor hun voortbestaan volledig afhankelijk van toewijzingen door officiële instanties.
De "Amsterdamsche Vischmarkt" (gelegen aan de De Centrale Markthallen) was het knooppunt voor de visdistributie in de stad. De term "aalroker" duidt op een specifiek ambacht dat in Amsterdam, en zeker in de nieuwe wijken zoals de Bosch en Lommer (gebouwd in de jaren '30), veel voorkwam als kleinschalige handel. De spelling in de brief ("visch", "verdeeling", "omrede") is kenmerkend voor de schrijftaal van voor de spellinghervorming van 1947.
Samenvatting
De brief is een formeel verzoek van Jan Hendriks, een zelfstandig aalroker uit Amsterdam-West. De kern van zijn probleem is de haperende aanvoer: hij betrok zijn handelswaar voorheen "in commissie van buiten" (buiten de stad of via tussenpersonen), maar als straatventer krijgt hij nu geen vis meer toegeleverd. Hij verzoekt daarom om opgenomen te worden in de officiële visverdeling van de Amsterdamsche vischmarkt. Hij benadrukt dat hij in het bezit is van de benodigde papieren (vent- en standplaatsvergunning) om zijn vak uit te oefenen.
De aantekening onderaan de brief laat zien dat de administratie snel reageerde; de brief is gedagtekend op 5 november en op 10 november is genoteerd dat hij op 12 november om 11:00 uur moet verschijnen ("opgeroepen").
Historische Context
Het document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de schaarste aan voedsel en grondstoffen steeds nijpender, wat leidde tot een strikte centralisatie en distributie van goederen. Kleine zelfstandigen zoals Hendriks waren voor hun voortbestaan volledig afhankelijk van toewijzingen door officiële instanties.
De "Amsterdamsche Vischmarkt" (gelegen aan de De Centrale Markthallen) was het knooppunt voor de visdistributie in de stad. De term "aalroker" duidt op een specifiek ambacht dat in Amsterdam, en zeker in de nieuwe wijken zoals de Bosch en Lommer (gebouwd in de jaren '30), veel voorkwam als kleinschalige handel. De spelling in de brief ("visch", "verdeeling", "omrede") is kenmerkend voor de schrijftaal van voor de spellinghervorming van 1947.