Verzoekschrift / Brief
Origineel
Verzoekschrift / Brief 2 november 1941 Nico Hendrik Guysten (geboren 15 juni 1918) Centraal Bureau voor het Marktwezen Inschrijven [linksboven, diagonaal geschreven]
A. dam. 2. Nov. 1941
Aan het centraal bureau v/h marktwezen.
Onderget. Nico Hendrik Guysten geb. 15 Juni 1918
wonende in de Gr. Wittenburgerstraat 122 I te
Amsterdam, heeft in den Alb. Cuypstraat een
standplaats waar hij versche zeevisch verkoopt.
Onderget zou echter gaarne ook riviervisch willen
verkoopen, reden waarom onderget U beleefd
verzoekt hem op den lijst te plaatsen om op
zijn beurt in aanmerking komen voor een
toewijzing van alle soorten riviervisch.
Hopende een gunstig antwoord van U te
mogen hebben ik.
Hoogachtend.
N. H. Guysten.
Gr. Wittenburgerstr 122 I
Amsterdam.
[Aantekening rechtsonder, diagonaal:]
Afwijzen
nemen in [onleesbaar]
ged[aan] De brief is een formeel verzoek van een 23-jarige Amsterdamse marktkoopman, Nico Hendrik Guysten. Hij exploiteert reeds een standplaats op de Albert Cuypmarkt voor de verkoop van verse zeevis. Vanwege de tijdsomstandigheden (schaarste en distributie) wenst hij zijn nering uit te breiden met riviervis en verzoekt hij de autoriteiten om op de toewijzingslijst geplaatst te worden.
De taal is formeel en beleefd ("beleefd verzoekt", "Hoogachtend"), passend bij de bureaucratische omgangsvormen van die tijd. Opmerkelijk is de grammaticale fout in de slotzin ("mogen hebben ik"), waarbij het werkwoord 'verblijf' waarschijnlijk is vergeten.
Ondanks het beleefde verzoek is de afhandeling door het Centraal Bureau voor het Marktwezen onverbiddelijk. De diagonale krabbel rechtsonder ("Afwijzen") laat zien dat het verzoek niet is ingewilligd. De afkorting "ged." onder de beslissing staat voor 'gedaan', wat aangeeft dat de administratieve verwerking van de afwijzing is voltooid. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel in levensmiddelen extreem streng gereguleerd door middel van distributiestelsels en strikte vergunningen. Het Centraal Bureau voor het Marktwezen hield toezicht op de verdeling van schaarse goederen en de toewijzing van marktplaatsen.
Riviervis (zoals snoek, baars en paling) werd tijdens de oorlog een steeds belangrijker voedingsmiddel, omdat de visserij op de Noordzee door oorlogshandelingen en mijnengevaar grotendeels stil was komen te liggen. De schaarste verklaart waarom Guysten een officiële aanvraag moest indienen om dit type vis te mogen verkopen. De afwijzing van zijn verzoek is typerend voor de beperkte mogelijkheden voor kleine ondernemers in een economie die volledig werd beheerst door distributiequota en bezettingspolitiek. De Albert Cuypmarkt, waar Guysten stond, was ook in die tijd een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening in Amsterdam.