Doorslag van een officiële brief.
Origineel
Doorslag van een officiële brief. 2 december 1941. De Directeur (van een instantie gelieerd aan de Visscherij-Centrale). Den Heer S. Korper Jzn., Vrolikstraat 62 hs, Amsterdam-Oost. (Handgeschreven: Verzonden 2/12)
HG.
den Heer S.Korper Jzn.,
Vrolikstraat 62 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
46A/95/2 M. 2 December 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 11 November jl. deel ik
U mede, dat na onderzoek door de door de Visscherij-Centrale inge-
stelde Commissie is gebleken, dat U niet voor een toewijzing van
zoetwatervisch in aanmerking kunt komen.
Aan Uw verzoek kan derhalve geen gevolg worden gegeven.
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer S. Korper voor een toewijzing van zoetwatervis. Het verzoek, ingediend op 11 november 1941, wordt na onderzoek door een commissie van de "Visscherij-Centrale" afgewezen zonder verdere opgaaf van redenen.
De toon is strikt zakelijk en bureaucratisch, typerend voor de distributieorganen tijdens de bezettingsjaren. Het document is een doorslag (carbonkopie) voor het archief, wat blijkt uit de dunne papierkwaliteit en de handgeschreven verzendnotitie bovenin. Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog (december 1941). Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de voedselvoorziening streng gereguleerd via de Rijksbureaus en de centrale organisaties per sector, zoals de Visscherij-Centrale. Toewijzingen waren noodzakelijk voor ondernemers om handel te kunnen drijven.
De geadresseerde is Salomon Korper (zoon van Jonas), een Joodse vishandelaar die woonde op de Vrolikstraat 62 in Amsterdam. In deze periode van de bezetting werden Joodse ondernemers systematisch uit de economie verdrongen door middel van vergunningsstelsels en de "Ariërisering" van bedrijven. De afwijzing van deze aanvraag voor zoetwatervis moet zeer waarschijnlijk in dit licht worden gezien: het ontnemen van de middelen aan een Joodse middenstander om zijn beroep uit te oefenen. Uit historische bronnen (o.a. Joods Monument) is bekend dat Salomon Korper en zijn gezin in de oorlog zijn omgekomen; Salomon zelf werd in augustus 1942 in Auschwitz vermoord. S. Korper
Samenvatting
Deze brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer S. Korper voor een toewijzing van zoetwatervis. Het verzoek, ingediend op 11 november 1941, wordt na onderzoek door een commissie van de "Visscherij-Centrale" afgewezen zonder verdere opgaaf van redenen.
De toon is strikt zakelijk en bureaucratisch, typerend voor de distributieorganen tijdens de bezettingsjaren. Het document is een doorslag (carbonkopie) voor het archief, wat blijkt uit de dunne papierkwaliteit en de handgeschreven verzendnotitie bovenin.
Historische Context
Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog (december 1941). Tijdens de Duitse bezetting van Nederland was de voedselvoorziening streng gereguleerd via de Rijksbureaus en de centrale organisaties per sector, zoals de Visscherij-Centrale. Toewijzingen waren noodzakelijk voor ondernemers om handel te kunnen drijven.
De geadresseerde is Salomon Korper (zoon van Jonas), een Joodse vishandelaar die woonde op de Vrolikstraat 62 in Amsterdam. In deze periode van de bezetting werden Joodse ondernemers systematisch uit de economie verdrongen door middel van vergunningsstelsels en de "Ariërisering" van bedrijven. De afwijzing van deze aanvraag voor zoetwatervis moet zeer waarschijnlijk in dit licht worden gezien: het ontnemen van de middelen aan een Joodse middenstander om zijn beroep uit te oefenen. Uit historische bronnen (o.a. Joods Monument) is bekend dat Salomon Korper en zijn gezin in de oorlog zijn omgekomen; Salomon zelf werd in augustus 1942 in Auschwitz vermoord.