Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift). 26 november 1941. De Directeur van de Gemeentelijke Vischhal te Amsterdam. Den Heer W.H. Botter, Lijnbaansgracht 33 III, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven aantekening rechtsboven:]
Verzonden 26/11
[onleesbare krabbel, mogelijk een paraaf of naam]*
[Rechtsboven getypt:]
HG.
den Heer W.H. Botter,
Lijnbaansgracht 33 III,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 9.
46A/101/4 M. 26 November 1941.
Mij is gerapporteerd, dat U op 21 November jl. de orde in de hal op de Vischmarkt hebt verstoord. In verband met dit feit heb ik U, ingevolge artikel 14 van het Reglement op den afslag in de Gemeentelijke Vischhal, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor den tijd van veertien dagen, name- lijk van Zaterdag 29 November tot en met Vrijdag 12 December a.s., terwijl ik aan den Burgemeester de vraag ter beoordeeling heb voor- gelegd of U voor langeren termijn behoort te worden uitgesloten.
De Directeur, In deze zakelijke brief wordt de heer W.H. Botter formeel op de hoogte gesteld van een strafmaatregel. Hem wordt verweten dat hij op 21 november 1941 de orde heeft verstoord in de hal van de Gemeentelijke Vischmarkt in Amsterdam.
Op basis van het geldende reglement (artikel 14) legt de directeur een directe sanctie op: een toegangsverbod van veertien dagen (van 29 november tot en met 12 december 1941). Daarnaast wordt vermeld dat de zaak is voorgelegd aan de burgemeester om te bepalen of een langere uitsluiting noodzakelijk is. De toon is streng en procedureel. De brief dateert uit november 1941, een periode waarin Nederland ruim anderhalf jaar bezet was door nazi-Duitsland. Amsterdam stond in die tijd onder strikt bestuur; de burgemeester was op dat moment de pro-Duitse Edward Voûte.
Het handhaven van de openbare orde, zelfs bij alledaagse handelsactiviteiten zoals de visafslag, werd door de autoriteiten uiterst serieus genomen. De schaarste aan goederen en de spanningen door de bezetting zorgden regelmatig voor frictie op markten. Het feit dat een relatief klein vergrijp (ordeverstoring) direct leidde tot een schriftelijke sanctie en bemoeienis van de burgemeester, illustreert de strakke regie en de repressieve sfeer in het bezette Amsterdam. Voor een handelaar of koper kon het ontzeggen van de toegang tot de Vischhal directe economische gevolgen hebben.
Samenvatting
In deze zakelijke brief wordt de heer W.H. Botter formeel op de hoogte gesteld van een strafmaatregel. Hem wordt verweten dat hij op 21 november 1941 de orde heeft verstoord in de hal van de Gemeentelijke Vischmarkt in Amsterdam.
Op basis van het geldende reglement (artikel 14) legt de directeur een directe sanctie op: een toegangsverbod van veertien dagen (van 29 november tot en met 12 december 1941). Daarnaast wordt vermeld dat de zaak is voorgelegd aan de burgemeester om te bepalen of een langere uitsluiting noodzakelijk is. De toon is streng en procedureel.
Historische Context
De brief dateert uit november 1941, een periode waarin Nederland ruim anderhalf jaar bezet was door nazi-Duitsland. Amsterdam stond in die tijd onder strikt bestuur; de burgemeester was op dat moment de pro-Duitse Edward Voûte.
Het handhaven van de openbare orde, zelfs bij alledaagse handelsactiviteiten zoals de visafslag, werd door de autoriteiten uiterst serieus genomen. De schaarste aan goederen en de spanningen door de bezetting zorgden regelmatig voor frictie op markten. Het feit dat een relatief klein vergrijp (ordeverstoring) direct leidde tot een schriftelijke sanctie en bemoeienis van de burgemeester, illustreert de strakke regie en de repressieve sfeer in het bezette Amsterdam. Voor een handelaar of koper kon het ontzeggen van de toegang tot de Vischhal directe economische gevolgen hebben.