Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 28 januari 1942. Vermoedelijk een inspecteur van de markt (zie handgeschreven "Inspecteur" rechtsboven). [Rechtsboven, handgeschreven:] Inspecteur
[Linksboven:]
VD/HG.
46A/132/2 M.
[Midden, handgeschreven:] Verzonden 28/1
[Rechtsboven, getypt:] 28 Januari 1942.
[Linkermarge:]
Aanvoergeld
Vischmarkt.
[Geadresseerde:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Linkerzijde, diagonaal handgeschreven:] Zie 18/23/17.1941.
[Body tekst:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 28 November jl. om advies ontvangen stuk No.1081 L.M.1941, waarvan de behandeling is vertraagd, doordat, in verband met de potloodaanteekening op het stuk, daarop geplaatst door Wethouder Guepin, omtrent de werkwijze der onderhavige venters een onderzoek moest worden ingesteld, heb ik de eer U het volgende te berichten.
Krachtens artikel 5 der Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden is voor den aanvoer van visch ter markt een belasting verschuldigd, welke in artikel 21 dezer Verordening nader is omschreven. Het feit, dat adressant deze visch op de markt niet verhandelt is ten deze niet van belang: de visch wordt op de markt aangevoerd en op grond hiervan is belasting verschuldigd. Het aanvoergeld is bovendien zoo gering, dat hierdoor de verkoopprijs niet noemenswaard wordt beinvloed (voor gerookte of gestoomde visch wordt per kistje 1 cent aanvoergeld geheven). Ik heb mitsdien de eer U beleefd in overweging te geven den adressant te doen berichten, dat aan zijn verzoek, in verband met de daaraan verbonden consequenties, niet kan worden voldaan.
Ten aanzien van genoemde potloodaanteekening merk ik het volgende op.
Aan adressant is, blijkens den brief van den Burgemeester d.d. 16 October jl. No.70/160 L.M.1941 toegestaan door een aantal leden van zijn personeel met gerookte visch te dezer stede te doen venten. Hiertoe zijn aan een zestal Volendammers tijdelijke ventvergunningen uitgereikt. Dezerzijds kon niet worden nagegaan of deze venters inderdaad behooren tot het personeel van adressant, omdat de vertegenwoordiger van deze firma hieromtrent alle inlichtingen weigert. Mijn indruk ten deze is echter, dat bedoelde firma, als gevolg van de beperking van den handel in koffie op het artikel visch is overgegaan en hiertoe een aantal Volendammers, niet in het bezit van een ventvergunning van de stad Amsterdam heeft aangesteld. Of dit met het oog op de belangen [tekst breekt af] * Kern van het geschil: Een bedrijf ("adressant") protesteert tegen het betalen van 'aanvoergeld' op de vismarkt, omdat zij de vis daar niet verkopen maar enkel aanvoeren voor verdere distributie. De inspecteur wijst dit af op basis van de geldende verordening: het binnenbrengen van de waar op het marktterrein is voldoende grond voor de heffing.
* Handhavingsproblematiek: De brief onthult een vermoeden van fraude met ventvergunningen. Een firma (mogelijk een koffiehandelaar die door oorlogsschaarste is omgeschakeld naar vis) heeft zes Volendammers ingeschakeld voor de ambulante handel. De inspecteur vermoedt dat deze mensen geen echt personeel zijn en niet over de juiste Amsterdamse vergunningen beschikken.
* Bestuurlijke context: De vernoemde "Wethouder Guepin" verwijst naar Felix Guepin, die tijdens de bezetting wethouder in Amsterdam was. De verwijzing naar "Levensmiddelen" onderstreept de cruciale rol van voedselvoorziening en de controle daarop tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit document dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De economie was destijds volledig ontregeld door schaarste, rantsoenering en Duitse restricties.
De opmerking over de "beperking van den handel in koffie" is veelzeggend: koffie was een van de eerste producten die door de oorlog schaars werd en op de bon ging (reeds in 1939-1940). Handelaren moesten noodgedwongen op zoek naar andere inkomstenbronnen, in dit geval vis. De overheid probeerde grip te houden op de informele economie (het venten) en de stedelijke inkomsten (marktgeld) strikt te handhaven om de voedseldistributie en de gemeentekas te controleren. De onwilligheid van de firma om inlichtingen te verschaffen over hun personeel wijst op de gespannen verhouding tussen het bedrijfsleven en de controlerende instanties in oorlogstijd.