Archief 745
Inventaris 745-359
Pagina 326
Dossier 103
Jaar 1941
Stadsarchief

Doorslag van een getypte brief (pagina 2).

28 januari 1942. Van: De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam).

Origineel

Doorslag van een getypte brief (pagina 2). 28 januari 1942. De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No.46A/132/2 M. d.d. 28 Januari 1942
aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Direc-
teur van het Marktwezen.

van de Amsterdamsche vischventers, houders van ventvergun-
ningen, wel gewenscht was, meen ik te moeten betwijfelen,
aangezien vele van deze venters in de huidige tijdsomstandig-
heden zeer moeilijk hun brood kunnen verdienen en adressant
dus eventueel gebruik had kunnen maken van de diensten van
vischventers, die reeds in het bezit waren van een ventver-
gunning.
Uit niets is kunnen blijken, dat de bewuste maat-
regel het gewenschte effect heeft, terwijl het overigens
niet is gelukt omtrent de handelingen en omtrent de beteeke-
nis van den omzet nadere inlichtingen te verkrijgen.

                            De Directeur,

--- Deze pagina vormt het slot van een ambtelijke brief waarin kritiek wordt geuit op een specifieke maatregel betreffende de visverkoop in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Economische malaise: De directeur wijst erop dat de bestaande visventers onder de "huidige tijdsomstandigheden" (de Duitse bezetting) nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. Er is sprake van bittere armoede onder deze beroepsgroep.
  2. Overbodigheid van nieuwe initiatieven: Er wordt gesuggereerd dat de "adressant" (de partij die iets heeft aangevraagd of voorgesteld) simpelweg gebruik had kunnen maken van het bestaande gilde van vergunninghouders, in plaats van een nieuwe regeling of extra venters te introduceren.
  3. Falend beleid: De directeur concludeert dat de bewuste maatregel niet effectief is. Bovendien klaagt hij over een gebrek aan transparantie; het is de dienst niet gelukt om betrouwbare cijfers boven water te krijgen over de werkelijke omzet en handelswijze van de betrokkenen. Dit duidt mogelijk op administratieve chaos of bewuste tegenwerking (fraude/zwarte handel) door de venters.

--- Het document dateert uit januari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Amsterdamse voedselvoorziening stond in deze periode onder enorme druk. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" (in die tijd de NSB'er Jan Smit) was verantwoordelijk voor de distributie in een stad die kampte met toenemende tekorten.

Vis was een cruciaal onderdeel van het dieet omdat vlees steeds schaarser werd, maar de aanvoer was grillig door de mijnenvelden in de Noordzee en vorderingen door de bezetter. De term "huidige tijdsomstandigheden" is een typisch eufemisme voor de beperkingen en armoede veroorzaakt door de bezetting.

Op de achtergrond speelt ook de uitsluiting van Joodse Amsterdammers. Sinds 1941 werden Joodse marktkooplieden en venters stelselmatig geweerd uit het straatbeeld en hun vergunningen ingetrokken. Hoewel deze brief zich richt op de economische doelmatigheid, vond dit alles plaats in een ambtelijk apparaat dat volledig in dienst stond van de nieuwe orde, waarbij de Dienst Marktwezen een centrale rol speelde in de controle op de schaarse goederenstromen en de illegale handel (de 'zwarte markt'). De klacht over het niet kunnen verkrijgen van "nadere inlichtingen" over de omzet suggereert dat veel vis buiten het officiële distributiestelsel om werd verhandeld.

Samenvatting

Deze pagina vormt het slot van een ambtelijke brief waarin kritiek wordt geuit op een specifieke maatregel betreffende de visverkoop in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Economische malaise: De directeur wijst erop dat de bestaande visventers onder de "huidige tijdsomstandigheden" (de Duitse bezetting) nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. Er is sprake van bittere armoede onder deze beroepsgroep.
  2. Overbodigheid van nieuwe initiatieven: Er wordt gesuggereerd dat de "adressant" (de partij die iets heeft aangevraagd of voorgesteld) simpelweg gebruik had kunnen maken van het bestaande gilde van vergunninghouders, in plaats van een nieuwe regeling of extra venters te introduceren.
  3. Falend beleid: De directeur concludeert dat de bewuste maatregel niet effectief is. Bovendien klaagt hij over een gebrek aan transparantie; het is de dienst niet gelukt om betrouwbare cijfers boven water te krijgen over de werkelijke omzet en handelswijze van de betrokkenen. Dit duidt mogelijk op administratieve chaos of bewuste tegenwerking (fraude/zwarte handel) door de venters.

Historische Context

Het document dateert uit januari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Amsterdamse voedselvoorziening stond in deze periode onder enorme druk. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" (in die tijd de NSB'er Jan Smit) was verantwoordelijk voor de distributie in een stad die kampte met toenemende tekorten.

Vis was een cruciaal onderdeel van het dieet omdat vlees steeds schaarser werd, maar de aanvoer was grillig door de mijnenvelden in de Noordzee en vorderingen door de bezetter. De term "huidige tijdsomstandigheden" is een typisch eufemisme voor de beperkingen en armoede veroorzaakt door de bezetting.

Op de achtergrond speelt ook de uitsluiting van Joodse Amsterdammers. Sinds 1941 werden Joodse marktkooplieden en venters stelselmatig geweerd uit het straatbeeld en hun vergunningen ingetrokken. Hoewel deze brief zich richt op de economische doelmatigheid, vond dit alles plaats in een ambtelijk apparaat dat volledig in dienst stond van de nieuwe orde, waarbij de Dienst Marktwezen een centrale rol speelde in de controle op de schaarse goederenstromen en de illegale handel (de 'zwarte markt'). De klacht over het niet kunnen verkrijgen van "nadere inlichtingen" over de omzet suggereert dat veel vis buiten het officiële distributiestelsel om werd verhandeld.

Kooplieden in dit dossier 97

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot (zee) Waterlooplein
Bot (zee) Waterlooplein
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
K.G. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
Alle 97 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3