Brief / Ambtelijk advies
Origineel
Brief / Ambtelijk advies 23 januari 1942 [Linksboven in de marge:]
Aanvoergeld
Vischmarkt
[Rechtsboven:]
A’dam, 23/1 1942
W.L.M. 46A / 182/2 M
28/1 1942 48
Onder terugzending van het met Uw kaartbrief dd. 28 November jl. om advies ontvangen stuk No 1081 L.M. 1941, waarvan de behandeling is vertraagd, doordat, i.v.m. de potloodaanteekening op het stuk, daarop geplaatst door weth. Guepin, omtrent de werkwijze der onderhoorige venters een onderzoek moest worden ingesteld, heb ik de eer U het volgende te berichten.
Krachtens artikel 5 ~~en art 21~~ der Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden is voor den aanvoer van visch ter markt een belasting verschuldigd, welke in art. 21 dezer Verordening nader is omschreven. Het feit, dat adressant deze visch op de markt niet verhandelt is te deze niet van belang: de visch wordt op de markt aangevoerd en op grond hiervan is belasting verschuldigd. Het aanvoergeld is bovendien zoo gering, dat hierdoor de verkoopprijs niet noemenswaard wordt beïnvloed. (Voor gerookte of gestoomde visch wordt per kistje 1 cent aanvoergeld geheven).
Ik heb mitsdien de eer U beleefd in overweging te geven den adressant te doen berichten, dat aan zijn verzoek, i.v.m. de daaraan verbonden consequenties, niet kan worden voldaan.
Ten aanzien van genoemde potloodaanteekening merk ik het volgende op.
Aan adressant is, blijkens den brief van den Burg. dd. 16 Oct. jl. No 70/160 L.H. 1941 toegestaan door een aantal ~~personen~~ van zijn personeel met gerookte visch te dezer stede te doen venten. Hiertoe zijn aan een zestal Volendammers ~~en dertien~~ een ~~koffiehuishouder~~ tijdelijke v.v. uitgereikt. [In de marge:] Inderdaad. Enerzijds kan niet worden nagegaan of deze venters behooren tot het personeel van adressant, omdat de vertegenwoordiger van deze firma hieromtrent alle inlicht- [einde pagina] * Onderwerp: Het document betreft een formeel advies over een bezwaar of verzoek van een vishandelaar (de 'adressant') tegen het betalen van aanvoergeld op de vismarkt.
* Juridische grondslag: De schrijver verwijst naar Artikelen 5 en 21 van de lokale Verordening op markt- en ventgelden. De kern van de argumentatie is dat de belasting verschuldigd is bij het aanvoeren op de markt, ongeacht of de vis daar ook daadwerkelijk verkocht wordt.
* Sociaal-economisch detail: De kosten van de belasting worden gespecificeerd: 1 cent per kistje gerookte of gestoomde vis.
* Bestuurlijke vertraging: Er wordt expliciet vermeld dat de afhandeling vertraagd is door een handgeschreven notitie van wethouder Guépin, die nader onderzoek vereiste naar de status van de 'venters' (straatverkopers).
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel ambtenaren-Nederlands van voor de spellingshervorming van maart 1947 (gebruik van de 'stille ch' in visch en de verbogen naamvallen zoals den adressant). De brief dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een puur administratieve en fiscale toon heeft, is de context van die tijd belangrijk:
1. Wethouder Guepin: Aimé Guépin was een Amsterdamse wethouder die tijdens de bezetting aanbleef (hoewel hij later in 1942 vertrok).
2. Marktwezen: De distributie van voedsel, waaronder vis, was tijdens de oorlog streng gereguleerd en belast. De overheid probeerde grip te houden op alle handelsstromen.
3. Volendammers: Het document noemt specifiek Volendammers die als venters in Amsterdam actief waren. Dit getuigt van de traditionele handel waarbij vissers(families) uit de omliggende dorpen hun waar in de stad uitventten.
4. Schaarsheid: Hoewel de brief spreekt over een "gering" aanvoergeld, was elke cent en elk kistje vis in 1942 van groot belang vanwege de toenemende voedselschaarste en de rantsoenering.