Doorslag van een officiële brief (archiefstuk).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (archiefstuk). 9 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Visscherij-centrale). Den Heer G.A. Wezer, Simsonstraat 16 hs, Amsterdam-Zuid. [Handgeschreven, blauw potlood:] Verzonden 9/12 [gevolgd door onleesbaar paraaf of teken] [Typemachine, rechtsboven:] HG.
den Heer G.A.Wezer,
Simsonstraat 16 hs,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 130.
46A/143/2 M. 9 December 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 2 dezer deel ik U mede, dat na behandeling van Uw verzoek in de door de Visscherij-centrale ingestelde Commissie is gebleken, dat er geen aanleiding bestaat aan Uw verzoek te voldoen.
De Directeur, Dit document is een formele afwijzingsbrief gericht aan de heer G.A. Wezer uit Amsterdam. Uit de tekst blijkt dat de heer Wezer op 2 december 1941 een verzoek had ingediend bij de Visscherij-centrale. Dit verzoek is behandeld door een speciaal hiervoor ingestelde commissie. De uitkomst is negatief: de commissie ziet geen reden om aan het verzoek tegemoet te komen. De brief is kort van stof en formeel van toon, wat kenmerkend is voor ambtelijke correspondentie uit die tijd. De handgeschreven notitie "Verzonden 9/12" dient als administratieve bevestiging van de verzenddatum. De brief dateert van december 1941, een periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland waarin de economie en de voedselvoorziening streng gereguleerd waren. De "Visscherij-centrale" was een orgaan dat tijdens de bezetting toezicht hield op de visserijsector, de verwerking en de distributie van visproducten. Verzoeken aan dergelijke instanties hadden vaak betrekking op vergunningen, toewijzingen van brandstof, materialen of ontheffingen van bezettingsmaatregelen. De Simsonstraat in Amsterdam-Zuid bevond zich in een buurt waar veel Joodse Amsterdammers woonden; gelet op de datum en de bureaucratische context zou het verzoek ook verband kunnen houden met de toenemende beperkingen die aan Joodse burgers werden opgelegd, hoewel de specifieke aard van het verzoek uit deze brief niet direct duidelijk wordt. G.A. Wezer
Samenvatting
Dit document is een formele afwijzingsbrief gericht aan de heer G.A. Wezer uit Amsterdam. Uit de tekst blijkt dat de heer Wezer op 2 december 1941 een verzoek had ingediend bij de Visscherij-centrale. Dit verzoek is behandeld door een speciaal hiervoor ingestelde commissie. De uitkomst is negatief: de commissie ziet geen reden om aan het verzoek tegemoet te komen. De brief is kort van stof en formeel van toon, wat kenmerkend is voor ambtelijke correspondentie uit die tijd. De handgeschreven notitie "Verzonden 9/12" dient als administratieve bevestiging van de verzenddatum.
Historische Context
De brief dateert van december 1941, een periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland waarin de economie en de voedselvoorziening streng gereguleerd waren. De "Visscherij-centrale" was een orgaan dat tijdens de bezetting toezicht hield op de visserijsector, de verwerking en de distributie van visproducten. Verzoeken aan dergelijke instanties hadden vaak betrekking op vergunningen, toewijzingen van brandstof, materialen of ontheffingen van bezettingsmaatregelen. De Simsonstraat in Amsterdam-Zuid bevond zich in een buurt waar veel Joodse Amsterdammers woonden; gelet op de datum en de bureaucratische context zou het verzoek ook verband kunnen houden met de toenemende beperkingen die aan Joodse burgers werden opgelegd, hoewel de specifieke aard van het verzoek uit deze brief niet direct duidelijk wordt.