Archief 745
Inventaris 745-359
Pagina 373
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift.

Gedateerd 2 december 1941 (gebaseerd op ambtelijke aantekening) en gestempeld op 5 en 9 december 1941. Van: H. J. Looyen. Aan: Waarschijnlijk een distributie-instantie of de directie van de Centrale Visafslag (gezien de afkorting V.C.).

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift. Gedateerd 2 december 1941 (gebaseerd op ambtelijke aantekening) en gestempeld op 5 en 9 december 1941. H. J. Looyen. Waarschijnlijk een distributie-instantie of de directie van de Centrale Visafslag (gezien de afkorting V.C.). [Linksboven in potlood/pen:]
Inschrijven
Afwijzen

[Rechtsboven, ambtelijke aantekeningen:]
modelbriefje
na behandeling verzoek
door de V.C. ingediend
Amsterdam 2-12-'41
geen aanleiding tot
aan verzoek te voldoen

[Hoofdtekst:]
H. H.
Bij deze verzoekt ondergetekende
beleefd zijn toewijzing in de afslag
te herzien.
Daar ik mij inziens te weinig
krijg toegewezen.
Ik had in de jaren 1938-1939
een zaak in de oude stad waar
ik een flinke kwantum visch
verkocht en nu heb ik een
standplaats.
Ik had altijd veel visch en aal
van buiten van J. Kwarthoed
wat nu is ingetrokken en waar-
door ik al gedupeerd ben.
Hopende dat u dit in onder-
zoek neemt.
Hoogachtend
H. J. Looyen
de Wittenstraat 108 II
Amsterdam

[Linksonder, stempels en administratieve nummers:]
46A/150/217 [in rood potlood]
9/12/41 No 196
N° 46A/150/ M. 1941 5/12 De brief is een formeel bezwaarschrift van een Amsterdamse visverkoper, H.J. Looyen. Hij is ontevreden over de hoeveelheid vis die hem via het officiële toewijzingssysteem (de afslag) wordt gegund. Hij probeert zijn recht op een groter aandeel aan te tonen door te wijzen op zijn historische omzet: in 1938-1939 had hij een goedlopende zaak in de 'oude stad' (het centrum van Amsterdam) met een aanzienlijke afzet.

In de huidige situatie beschikt hij over een standplaats (marktplaats), maar zijn toevoer is beperkt. Hij noemt specifiek dat de leveringen 'van buiten' door een zekere J. Kwarthoed (een typische vissersnaam uit o.a. Volendam) zijn stopgezet of ingetrokken door de autoriteiten. Dit heeft hem financieel geschaad ("gedupeerd"). De ambtelijke krabbels bovenin de brief zijn echter onverbiddelijk: er is "geen aanleiding" gevonden om zijn toewijzing te verhogen, en het verzoek is gemarkeerd als "Afwijzen". Dit document is een direct gevolg van de economische ordening tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1941 was de schaarste aan voedsel groot en werden vrijwel alle goederen, waaronder vis, streng gerantsoeneerd en gedistribueerd via overheidsorganen (zoals de Rijksbureaus).

Ondernemers waren volledig afhankelijk van de 'toewijzing' door distributiecommissies (mogelijk de "V.C." in de kantlijn). De verwijzing naar de "oude stad" is historisch relevant omdat dit gebied, inclusief de Jodenbuurt, in 1941 onder hevige druk stond door anti-Joodse maatregelen en economische herstructurering. De schrijver probeert hier zijn vroegere economische status te gebruiken om in de nieuwe, gereguleerde economie te overleven.

Samenvatting

De brief is een formeel bezwaarschrift van een Amsterdamse visverkoper, H.J. Looyen. Hij is ontevreden over de hoeveelheid vis die hem via het officiële toewijzingssysteem (de afslag) wordt gegund. Hij probeert zijn recht op een groter aandeel aan te tonen door te wijzen op zijn historische omzet: in 1938-1939 had hij een goedlopende zaak in de 'oude stad' (het centrum van Amsterdam) met een aanzienlijke afzet.

In de huidige situatie beschikt hij over een standplaats (marktplaats), maar zijn toevoer is beperkt. Hij noemt specifiek dat de leveringen 'van buiten' door een zekere J. Kwarthoed (een typische vissersnaam uit o.a. Volendam) zijn stopgezet of ingetrokken door de autoriteiten. Dit heeft hem financieel geschaad ("gedupeerd"). De ambtelijke krabbels bovenin de brief zijn echter onverbiddelijk: er is "geen aanleiding" gevonden om zijn toewijzing te verhogen, en het verzoek is gemarkeerd als "Afwijzen".

Historische Context

Dit document is een direct gevolg van de economische ordening tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1941 was de schaarste aan voedsel groot en werden vrijwel alle goederen, waaronder vis, streng gerantsoeneerd en gedistribueerd via overheidsorganen (zoals de Rijksbureaus).

Ondernemers waren volledig afhankelijk van de 'toewijzing' door distributiecommissies (mogelijk de "V.C." in de kantlijn). De verwijzing naar de "oude stad" is historisch relevant omdat dit gebied, inclusief de Jodenbuurt, in 1941 onder hevige druk stond door anti-Joodse maatregelen en economische herstructurering. De schrijver probeert hier zijn vroegere economische status te gebruiken om in de nieuwe, gereguleerde economie te overleven.

Kooplieden in dit dossier 97

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot (zee) Waterlooplein
Bot (zee) Waterlooplein
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
K.G. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
Alle 97 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3