Archiefdocument
Origineel
Nº 702.
PRIJZENBESCHIKKING SPROT EN ZEEBLIEK 1941
27 November 1941.
Nº 7887.
Afdeeling Visscherijen.
DE SECRETARIS-GENERAAL VAN HET DEPARTEMENT VAN LANDBOUW EN VISSCHERIJ;
Gelet op artikel 2 van het Besluit Nº 218/1940 in zake de benoeming van een Gemachtigde voor de Prijzen en in overeenstemming met de §§ 2 en 3 van de Verordening Nº 3/1940 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied;
HEEFT GOEDGEVONDEN TE BEPALEN:
Artikel 1.
- De prijzen, tegen welke versche sprot en zeebliek ten hoogste mogen worden verkocht en afgeleverd door visschers, groothandelaren en kleinhandelaren, zijn de volgende.
| Max.verkoop-prijs voor den visscher per kg. | Max.verkoop-prijs voor den groothandelaar franco plaats van bestemming per kg. | Max.verkoop-prijs voor den kleinhandelaar af kleinhandelaar netto à contant per kg. | |
|---|---|---|---|
| sprot, grooter dan 10 cm . . . | f 0,40 | f 0,49 | f 0,65 |
| sprot, kleiner dan 10 cm . . . | 0,20 | 0,29 | 0,40 |
| zeebliek . . . | 0,20 | 0,29 | 0,40 |
Voor zeebliek geldt bovenstaande prijs slechts in zooverre zeebliek een lengte van ten minste 10 cm heeft en voor de consumptie bestemd is.
-
Indien een gemengde partij sprot en zeebliek wordt aangevoerd, mag door visschers en groothandelaren ten hoogste de prijs worden berekend, welke gevormd wordt door de som van de producten van het aantal kilogrammen van elk dier soorten en den prijs van de desbetreffende soort.
-
De vergoeding, welke de commissiekooper van sprot en zeebliek ten hoogste zijn opdrachtgever in rekening mag brengen, bedraagt ƒ 0,01 per kg. In dezen prijs zijn eventueel de vrachtkosten niet begrepen.
-
Indien de verkoop van partijen sprot of bliek over meer dan één groothandelaar loopt, moeten de groothandelaars de groothandelsmarge onderling deelen.
z.o.z. Dit document is een officiële "Prijzenbeschikking" (besluit over maximumprijzen) voor sprot en zeebliek, gedateerd op 27 november 1941. Het besluit is uitgevaardigd door de Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij.
De kern van het document is het vastleggen van de maximale verkoopprijzen per kilogram voor verschillende categorieën vis (grote sprot, kleine sprot en zeebliek) in verschillende stadia van de handelsketen:
1. Vissers: de prijs die de producent ontvangt.
2. Groothandelaren: inclusief levering op de plaats van bestemming.
3. Kleinhandelaren: de consumentenprijs bij contante betaling.
Naast de prijstabel bevat het document specifieke regels voor:
* De minimale lengte van zeebliek (10 cm) om voor deze prijzen in aanmerking te komen.
* De prijsberekening bij gemengde vangsten.
* De maximale commissievergoeding voor tussenpersonen (1 cent per kg).
* De verdeling van de winstmarge als er meerdere groothandelaren bij een transactie betrokken zijn.
Onderaan staat "z.o.z." (zie ommezijde), wat aangeeft dat het document op de achterzijde vervolgd werd met verdere artikelen of bepalingen. Het document stamt uit november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de Nederlandse economie volledig ondergeschikt gemaakt aan de behoeften van de bezetter en heerste er een strikt geleide economie.
De verwijzing naar de "Verordening Nº 3/1940 van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied" (Arthur Seyss-Inquart) plaatst het besluit direct binnen het juridische kader van de bezettingsmacht. Omdat de ministers naar Londen waren gevlucht, lag de dagelijkse bestuursmacht bij de secretarissen-generaal van de departementen, die onder direct toezicht van de Duitsers stonden.
Prijsbeheersing was essentieel tijdens de oorlog om inflatie en woekerprijzen op de zwarte markt tegen te gaan, zeker bij schaarse goederen zoals voedsel. Vis was een belangrijke eiwitbron nu vlees steeds vaker op de bon ging of simpelweg niet beschikbaar was. Door maximumprijzen vast te leggen voor elke schakel in de keten, probeerde de overheid de voedselvoorziening betaalbaar en controleerbaar te houden voor de bevolking, terwijl de vissers en handelaren nog net genoeg marge behielden om hun bedrijf voort te zetten.