Officiële mededeling/brief.
Origineel
Officiële mededeling/brief. 20 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van een plaatselijke visafslag of distributiekantoor, handelend onder de Visscherijcentrale). Den Heer H.C. Boeske, 1e J.v.d.Heydenstraat 125 I, Amsterdam-Zuid (Wijk 17). [Handgeschreven, bovenaan midden]: Verzonden 20/12
[Handgeschreven, rechtsboven]: Inspecteur [?]
VD/HG.
den Heer H.C.Boeske,
1e J.v.d.Heydenstraat 125 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 17.
46A/187/1 M. 20 December 1941.
Hiermede deel ik U mede, dat de door de Visscherijcentrale ingestelde Commissie heeft besloten, dat het hoogste kwantum visch, dat in de verdeeling op den afslag alhier zal worden toegewezen, in den vervolge 40 kg. per keer zal bedragen.
Op grond hiervan is Uw toewijzing met ingang van heden teruggebracht van 60 op 40 kg.
De Directeur, Het document is een zakelijke kennisgeving betreffende de distributie van schaarse goederen (vis) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de boodschap is een rantsoeneringsmaatregel: de maximale hoeveelheid vis die een individuele handelaar (in dit geval de heer Boeske) op de afslag mag inkopen, wordt met een derde verminderd (van 60 kg naar 40 kg).
Opvallend is het formele, ambtelijke taalgebruik ("Hiermede deel ik U mede", "in den vervolge") en de verouderde spelling ("visch", "kwantum"). Het document weerspiegelt de strakke organisatie van de voedselvoorziening waarbij centrale commissies de handel tot op detailniveau reguleerden. Deze brief dateert van december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Visscherijcentrale was een overheidsorgaan (onderdeel van de Rijksbureaus) dat door de bezetter en de Nederlandse administratie werd gebruikt om de visserijsector te controleren en de distributie van vis te reguleren.
Vanwege de oorlogsomstandigheden, brandstoftekorten voor vissersschepen en de beperkte toegang tot de Noordzee (door zeemijnen en militaire zones), was er een groot tekort aan vis. Hierdoor moesten de toewijzingen aan handelaren herhaaldelijk naar beneden worden bijgesteld om de beperkte voorraad zo eerlijk mogelijk over de bevolking te verspreiden via het bonnenstelsel. De ontvanger, de heer Boeske, woonde in de Amsterdamse wijk 'De Pijp' (1e Jan van der Heijdenstraat), een buurt waar veel kleine middenstanders gevestigd waren. H.C. Boeske
Samenvatting
Het document is een zakelijke kennisgeving betreffende de distributie van schaarse goederen (vis) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de boodschap is een rantsoeneringsmaatregel: de maximale hoeveelheid vis die een individuele handelaar (in dit geval de heer Boeske) op de afslag mag inkopen, wordt met een derde verminderd (van 60 kg naar 40 kg).
Opvallend is het formele, ambtelijke taalgebruik ("Hiermede deel ik U mede", "in den vervolge") en de verouderde spelling ("visch", "kwantum"). Het document weerspiegelt de strakke organisatie van de voedselvoorziening waarbij centrale commissies de handel tot op detailniveau reguleerden.
Historische Context
Deze brief dateert van december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Visscherijcentrale was een overheidsorgaan (onderdeel van de Rijksbureaus) dat door de bezetter en de Nederlandse administratie werd gebruikt om de visserijsector te controleren en de distributie van vis te reguleren.
Vanwege de oorlogsomstandigheden, brandstoftekorten voor vissersschepen en de beperkte toegang tot de Noordzee (door zeemijnen en militaire zones), was er een groot tekort aan vis. Hierdoor moesten de toewijzingen aan handelaren herhaaldelijk naar beneden worden bijgesteld om de beperkte voorraad zo eerlijk mogelijk over de bevolking te verspreiden via het bonnenstelsel. De ontvanger, de heer Boeske, woonde in de Amsterdamse wijk 'De Pijp' (1e Jan van der Heijdenstraat), een buurt waar veel kleine middenstanders gevestigd waren.