Handgeschreven verzoekschrift aan een overheidsinstantie (waarschijnlijk het Bureau Voedselvoorziening of de Crisis-Controle-Dienst).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift aan een overheidsinstantie (waarschijnlijk het Bureau Voedselvoorziening of de Crisis-Controle-Dienst). 16 december 1941. Ph. de Hond, woonachtig aan de Zandstraat 38 II te Amsterdam. [Linksboven, gekanteld:]
Inschrijven [?]
[Rechtsboven:]
Amst 16/12 1941
Weledele Heer.
Ondergeteekende Ph. de Hond
Zandstraat 38 II verzoekt u
hoogere toewijzing van zoet water-
visch. Omdat hij reeds voor de
Oorlog zoet watervisch heeft
verkocht. Deze visch heb ik
betrokken uit de pal en van
den Heer A. Dotsch en nog andere
grossiers. Ik ben in het bezit
van een staanplaats op de
Prinsengracht hoek Weesperstraat.
Hoopende dat dit bovenstaande
schrijven aanleiding mag
geven mijn toewijzing s.v.p.
te vergrooten.
Blijf ik in af-
wachting
Ph de Hond
[Diagonaal over de tekst geschreven door ambtenaar:]
Afwijzen
[Onderaan in ander handschrift:]
aan verzoek
kan niet worden
voldaan.
[Stempel/Registratienummer onderaan:]
Nº 46A/193/M. 1941 19/12
[In rood potlood rechtsonder:]
D 46A/193/2
22/12/41 [Initialen] In deze brief verzoekt de Amsterdamse vishandelaar Ph. de Hond om een grotere toewijzing van zoetwatervis voor zijn handelsonderneming. Hij voert als argument aan dat hij reeds vóór de Tweede Wereldoorlog in deze branche werkzaam was en noemt daarbij zijn leveranciers (o.a. de heer A. Dotsch) en de locatie van zijn staanplaats (hoek Prinsengracht/Weesperstraat).
De ambtelijke reactie is echter onverbiddelijk. Met de grote letters "Afwijzen" en de toevoeging dat het verzoek niet kan worden ingewilligd, wordt het verzoek binnen een week na indiening afgehandeld. De schaarste aan goederen tijdens de bezetting leidde tot een streng distributiesysteem waarbij uitbreidingen van quota zelden werden toegestaan. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (december 1941). De distributie van voedsel en goederen was destijds strikt gereguleerd door de overheid om tekorten te beheersen. Handelaren waren afhankelijk van officiële "toewijzingen" om legaal goederen te kunnen inkopen en verkopen.
De brief heeft bovendien een beladen historische context: de Zandstraat en de omgeving van de Weesperstraat vormden het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De namen "De Hond" en "Dotsch" zijn veelvoorkomende namen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam in die tijd. In 1941 werden Joodse ondernemers steeds vaker getroffen door beperkende maatregelen van de bezetter. Hoewel de afwijzing in de tekst niet expliciet gemotiveerd wordt, past de onwelwillendheid van de instanties in het bredere beeld van de economische uitsluiting en de toenemende druk op Joodse kleine zelfstandigen tijdens de oorlogsjaren.