Doorslag van een officiële brief (typefout in de tekst gesuggereerd door de overgetypte 'jl.').
Origineel
Doorslag van een officiële brief (typefout in de tekst gesuggereerd door de overgetypte 'jl.'). 22 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van een lokale afdeling voor de voedselvoorziening). Den Heer S. Prins, Oostzanerdijk 35, Amsterdam-Noord. Verzonden 22/12 (handgeschreven)
HG.
den Heer S. Prins,
Oostzanerdijk 35,
Amsterdam-Noord.
46A/192/2 M. 22 December 1941.
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 19 December jl.
deel ik U mede, dat na onderzoek door de door de Visscherijcentrale
ingestelde Commissie is gebleken, dat U niet voor een toewijzing van
zoetwatervisch in aanmerking kunt komen.
Aan Uw verzoek kan derhalve geen gevolg worden gegeven; U
dient zich terzake te wenden tot de Nederlandsche Visscherijcentrale,
Juliana van Stolbergplein 3/4, 's-Gravenhage.
De Directeur, Dit document is een formele afwijzing van een aanvraag voor een toewijzing van zoetwatervis. De ontvanger, de heer S. Prins uit Amsterdam-Noord, had op 19 december 1941 een verzoek ingediend, dat binnen enkele dagen is afgehandeld door een speciaal ingestelde commissie van de Visscherijcentrale.
De toon van de brief is strikt zakelijk en bureaucratisch. Er wordt geen specifieke reden gegeven waarom de heer Prins niet in aanmerking komt, behalve dat de commissie dit heeft besloten na onderzoek. Hij wordt voor verdere vragen of bezwaar doorverwezen naar het landelijke hoofdkantoor van de Nederlandsche Visscherijcentrale in Den Haag.
Het handgeschreven "Verzonden 22/12" bovenin duidt op een administratieve handeling in het archief van de afzender, om te bevestigen dat de brief op de dag van datering ook daadwerkelijk is uitgegaan. De datum van de brief, december 1941, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikte distributie van levensmiddelen. De "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een overheidsorgaan dat de controle uitoefende over de visserijsector en de verdeling van visproducten, om de voedselvoorziening te reguleren en te voorkomen dat goederen op de zwarte markt belandden.
Toewijzingen van voedsel (buiten de reguliere bonnen om) waren vaak bedoeld voor handelaren, instellingen of specifieke groepen die afhankelijk waren van extra voorraden.
Gezien de periode en de locatie (Amsterdam) is het van belang op te merken dat anti-Joodse maatregelen in 1941 steeds strenger werden. Hoewel de brief zelf geen expliciete redenen noemt, werden Joodse burgers in deze tijd systematisch uitgesloten van economische activiteiten en bepaalde distributierechten. Of de heer Prins vanwege zijn achtergrond werd afgewezen of vanwege puur logistieke/bureaucratische redenen, kan enkel met aanvullend archiefonderzoek worden vastgesteld. De snelheid van de afwijzing (binnen 3 dagen na ontvangst van zijn brief) is opmerkelijk voor de bureaucratie van die tijd. S. Prins