Getypte brief op grijs doorslagpapier.
Origineel
Getypte brief op grijs doorslagpapier. 26 maart 1941. "De Directeur" (instelling niet nader gespecificeerd in de tekst, waarschijnlijk een gemeentelijke visafslag of marktwezen). De Nederlandsche Visscherij Centrale, t.a.v. de heer Kranenburg, te 's-Gravenhage. D/HG.
extra [handgeschreven in blauw potlood/inkt]
Attentie: Hr. Kranenburg.
de Nederlandsche Visscherij
Centrale,
te
's - G r a v e n h a g e .
46B/1/1 M. 1 26 Maart 1941.
Ingevolge afspraak met Uwen heer Kranenburg heb ik de eer U in bijlage dezes een lijst te doen toekomen, houdende de namen der grossiers in visch, welke op het zoogenaamde buitenterrein der Vischmarkt te dezer stede een plaats bezetten.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven uit de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is het toesturen van een bijlage (die hier ontbreekt) met een lijst van visgrossiers. Deze handelaren waren gevestigd op het "buitenterrein" van een lokale vismarkt.
De taal is formeel en archaïsch, wat gebruikelijk was voor ambtelijke correspondentie in die tijd. Dit blijkt uit termen als "Uwen heer", "de eer U... te doen toekomen" en "te dezer stede". Ook de spelling (bijv. "visch", "zoogenaamde") volgt de toen geldende voorschriften (spelling-Marchant). Het kenmerk "D/HG" rechtsboven verwijst waarschijnlijk naar de initialen van de opsteller en de typist(e). De datum, 26 maart 1941, plaatst dit document in de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode werd de Nederlandse economie en voedselvoorziening onder strikt toezicht geplaatst.
De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een organisatie die in 1940 werd opgericht (voortkomend uit crisisorganisaties uit de jaren '30) om de visserijsector te reguleren. Onder toezicht van de bezetter werd de handel in vis gecentraliseerd om de distributie te controleren en de export naar Duitsland te faciliteren. Het opstellen van lijsten van erkende grossiers was een essentieel onderdeel van dit bureaucratische controlesysteem. Hoewel de specifieke stad van verzending niet wordt genoemd ("te dezer stede"), wijst de context op een belangrijke vissersplaats of handelsstad met een aanzienlijke vismarkt (zoals IJmuiden, Scheveningen of Rotterdam). Marktwezen
Samenvatting
Deze brief is een formeel administratief schrijven uit de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is het toesturen van een bijlage (die hier ontbreekt) met een lijst van visgrossiers. Deze handelaren waren gevestigd op het "buitenterrein" van een lokale vismarkt.
De taal is formeel en archaïsch, wat gebruikelijk was voor ambtelijke correspondentie in die tijd. Dit blijkt uit termen als "Uwen heer", "de eer U... te doen toekomen" en "te dezer stede". Ook de spelling (bijv. "visch", "zoogenaamde") volgt de toen geldende voorschriften (spelling-Marchant). Het kenmerk "D/HG" rechtsboven verwijst waarschijnlijk naar de initialen van de opsteller en de typist(e).
Historische Context
De datum, 26 maart 1941, plaatst dit document in de periode van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode werd de Nederlandse economie en voedselvoorziening onder strikt toezicht geplaatst.
De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een organisatie die in 1940 werd opgericht (voortkomend uit crisisorganisaties uit de jaren '30) om de visserijsector te reguleren. Onder toezicht van de bezetter werd de handel in vis gecentraliseerd om de distributie te controleren en de export naar Duitsland te faciliteren. Het opstellen van lijsten van erkende grossiers was een essentieel onderdeel van dit bureaucratische controlesysteem. Hoewel de specifieke stad van verzending niet wordt genoemd ("te dezer stede"), wijst de context op een belangrijke vissersplaats of handelsstad met een aanzienlijke vismarkt (zoals IJmuiden, Scheveningen of Rotterdam).