Handgeschreven ambtelijke brief/advies.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief/advies. 24 februari 1941. Restitutie entreegeld
Centrale Markt
t.n.v. Mevr. S. Blok
A'dam, 24/2 1941
W. L. M.
53/4/2
24/2/41 [onleesbaar monogram]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat Mevr. S. Blok, 1e Rozendwarsstraat 7, wie als koopster met een personeelslid toegang is verleend tot de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1941, haar zaak enkele weken geleden heeft verkocht. Mevr. Blok had het op de Centrale Markt verschuldigde entreegeld voor zichzelf en voor haar personeel, voor het kalenderjaar 1941 betaald en wel tot een totaal bedrag van f 12.- (f 10.- voor zichzelf en f 2.- voor haar personeel). Zij verzoekt thans haar een gedeelte van het betaalde te restitueeren, welk verzoek mij billijk voorkomt. Indien zij het entreegeld volgens het tarief per kalendermaand had voldaan, zou zij tot en met de maand Februari schuldig zijn geweest: twee keer f 1.- voor zichzelf en twee keer f 0,25 voor haar personeel, dus totaal f 2,50.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat haar, op grond van het bepaalde in artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en weaggelden, op gronden van billijkheid door B. en W. teruggave van betaald entreegeld wordt toegestaan tot een bedrag van f 12.- - f 2,50 = f 9,50.
[Paraaf: AA] In deze brief wordt een positief advies gegeven met betrekking tot een verzoek om restitutie. Mevrouw S. Blok, een koopster op de Centrale Markt in Amsterdam, heeft het jaarlijkse entreegeld voor 1941 vooruitbetaald. Omdat zij haar zaak al na enkele weken heeft verkocht, vraagt zij een deel van dit geld terug.
De ambtenaar berekent wat zij verschuldigd zou zijn geweest als zij per maand had betaald (voor januari en februari) en concludeert dat een terugbetaling van f 9,50 rechtvaardig is. Het document is interessant vanwege de nauwkeurige specificatie van de toenmalige markttarieven: f 1,00 per maand voor de ondernemer en f 0,25 voor een personeelslid. Het document dateert van februari 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was in deze periode van vitaal belang voor de voedseldistributie in de stad. De verwijzing naar "B. en W." (Burgemeester en Wethouders) duidt erop dat dergelijke financiële beslissingen formeel door het stadsbestuur bekrachtigd moesten worden.
De brief valt net in de periode van de Februaristaking (25 en 26 februari 1941), een tijd van enorme spanning in Amsterdam, hoewel de toon van dit document puur administratief en routineus blijft. De 1e Rozendwarsstraat, waar mevrouw Blok woonde, ligt in de Jordaan.