Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 61
Dossier 2C
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag), pagina 4 van een groter dossier.

11 juni 1941. Van: De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Dossier: 37/54/1

Origineel

Getypte brief (doorslag), pagina 4 van een groter dossier. 11 juni 1941. De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). 59/11/1

Bladzijde 4 van brief No. 37/54/1-H. d.d. 11 Juni 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.

en fruit. Daarnaast heeft echter de bedoeling voorgezeten om de markt zooveel mogelijk tot centrum te maken voor het verhandelen van land- en tuinbouwproducten niet alleen voor de binnenlandsche behoefte, maar ook voor den export. Dit sluit onder meer in het tot ontwikkeling brengen van groothandelsveilingen. Hiervoor is noodig, behalve technische accommodatie (welke in den vorm van veilinginrichtingen, goede aansluiting aan water-, spoor- en landwegen, koelhuis, benevens de noodige gelegenheid tot uitbreiding reeds op de Centrale Markt aanwezig is), eenerzijds ruim aanbod van diverse producten, anderzijds een koopersstand, welke ook grossiers van buiten Amsterdam zoowel als exporteurs omvat. Tusschen deze beide factoren bestaat een wisselwerking, omdat het aanbod de koopers trekt evenzeer als een vast bestand van koopers het aanbod, een en ander uiteraard binnen zekere grenzen, stimuleert.

Een goed functioneerende groothandelsveiling is derhalve van beteekenis voor de ontwikkeling van de bedrijven waarvoor zij het aangewezen verkoopcentrum vormt. De ontwikkeling van bedrijven in de omgeving van Amsterdam is voor de voorziening der stad op zichzelf reeds van belang met het oog op het voorhanden hebben van een zekere reserve aan productiecapaciteit en dit zal voor een krachtige stimulans kunnen zijn voor de verdere ontwikkeling van het veilingwezen te Amsterdam.

Door bestemming van groote complexen gronden in het algemeen uitbreidingsplan van de gemeente Amsterdam voor tuinbouw is de mogelijkheid geschapen, dat deze zich anders dan vroeger het geval was blijvend zal kunnen vestigen. Aan den toestand, dat na korteren of langeren tijd tuinbouwgronden aan de uitbreiding van den woningbouw ten offer vallen wordt daardoor een einde gemaakt. Er is thans in tuinderskringen een stichting in voorbereiding beoogende collectief de beschikking te verkrijgen over de gronden, die voor tuinbouw zijn aangewezen. Verder zal binnen afzienbaren tijd tot stichting van een proeftuin in den Sloterpolder worden overgegaan, waarvoor krachtige steun wordt verleend vanwege het Departement van Landbouw. Een en ander opent zeer gunstige perspectieven voor een betere ontwikkeling van den tuinbouw rondom Amsterdam naar qualiteit en quantiteit. De productie zal dan, naar verwacht mag worden, ver boven de behoeften van de Amsterdamsche markt, dat wil zeggen van de plaatselijke voorziening, uitgroeien.

Behalve de ontwikkeling van den groententeelt, bestaat de mogelijkheid, dat in de naaste toekomst in den Haarlemmermeer gaandeweg meer fruitteelt zal worden beoefend (er is reeds thans een proeftuin aangelegd) terwijl ook in verdere toekomst wellicht in den nieuw te stichten Zuidwestpolder mogelijkheden voor de ontwikkeling van fruitteelt aanwezig zullen zijn. Deze pagina uit een ambtelijke brief richt zich op de strategische uitbreiding van de Centrale Markt van Amsterdam (het huidige Food Center aan de Jan van Galenstraat) en de omliggende tuinbouwgebieden.

De kernpunten uit het document zijn:
1. Exportambitie: De markt moet niet alleen de stad bedienen, maar ook een nationaal centrum voor export worden.
2. Infrastructuur: Er wordt nadruk gelegd op de noodzaak van goede verbindingen via water, spoor en weg, evenals koelfaciliteiten.
3. Planologische bescherming: Voorheen was tuinbouw rond de stad vaak tijdelijk, totdat de grond nodig was voor woningbouw. De Directeur van het Marktwezen stelt dat door het "Algemeen Uitbreidingsplan" (AUP) tuinbouwgronden nu een blijvende bestemming krijgen.
4. Schaalvergroting en professionalisering: Er is sprake van de oprichting van een collectieve stichting voor tuinders en de aanleg van proeftuinen (onder andere in de Sloterpolder en Haarlemmermeer) om de kwaliteit en kwantiteit van de productie te verhogen.
5. Toekomstvisie: Er wordt al vooruitgeblikt op de fruitproductie in de toen nog aan te leggen "Zuidwestpolder" (de huidige Westelijke Tuinsteden/Osdorp). Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een cruciaal politiek en strategisch thema. Hoewel de toon van de brief technisch-ambtelijk is, moet deze gelezen worden tegen de achtergrond van de oorlogseconomie en de behoefte aan zelfvoorziening van de stad.

De genoemde plannen sluiten nauw aan bij het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Cornelis van Eesteren uit 1934, waarin de scheiding tussen wonen, werken en recreatie (inclusief stadslandbouw) werd vastgelegd. Het document toont hoe de gemeente Amsterdam, ondanks de bezetting, doorging met de grootschalige ruimtelijke ordening en economische planning voor de lange termijn, waarbij de Sloterpolder nog gezien werd als agrarisch productiegebied voordat deze na de oorlog grotendeels bebouwd zou worden. Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Deze pagina uit een ambtelijke brief richt zich op de strategische uitbreiding van de Centrale Markt van Amsterdam (het huidige Food Center aan de Jan van Galenstraat) en de omliggende tuinbouwgebieden.

De kernpunten uit het document zijn:
1. Exportambitie: De markt moet niet alleen de stad bedienen, maar ook een nationaal centrum voor export worden.
2. Infrastructuur: Er wordt nadruk gelegd op de noodzaak van goede verbindingen via water, spoor en weg, evenals koelfaciliteiten.
3. Planologische bescherming: Voorheen was tuinbouw rond de stad vaak tijdelijk, totdat de grond nodig was voor woningbouw. De Directeur van het Marktwezen stelt dat door het "Algemeen Uitbreidingsplan" (AUP) tuinbouwgronden nu een blijvende bestemming krijgen.
4. Schaalvergroting en professionalisering: Er is sprake van de oprichting van een collectieve stichting voor tuinders en de aanleg van proeftuinen (onder andere in de Sloterpolder en Haarlemmermeer) om de kwaliteit en kwantiteit van de productie te verhogen.
5. Toekomstvisie: Er wordt al vooruitgeblikt op de fruitproductie in de toen nog aan te leggen "Zuidwestpolder" (de huidige Westelijke Tuinsteden/Osdorp).

Historische Context

Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een cruciaal politiek en strategisch thema. Hoewel de toon van de brief technisch-ambtelijk is, moet deze gelezen worden tegen de achtergrond van de oorlogseconomie en de behoefte aan zelfvoorziening van de stad.

De genoemde plannen sluiten nauw aan bij het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Cornelis van Eesteren uit 1934, waarin de scheiding tussen wonen, werken en recreatie (inclusief stadslandbouw) werd vastgelegd. Het document toont hoe de gemeente Amsterdam, ondanks de bezetting, doorging met de grootschalige ruimtelijke ordening en economische planning voor de lange termijn, waarbij de Sloterpolder nog gezien werd als agrarisch productiegebied voordat deze na de oorlog grotendeels bebouwd zou worden.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6