Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 287
Dossier 1
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag (conceptversie met correcties).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notitie of verslag (conceptversie met correcties). (Rechtsboven staat een omcirkeld cijfer 2)

[Linkermarge bovenaan, doorgehaald:]
~~bij pas of de~~
~~begrafenis onderneming~~
~~pakhuis huren~~

[Hoofdtekst:]
dat Lindeman, die een groothandels-
erkenning van de V.G.C. bezat, vak-
bekwaam ~~was~~ en credietwaardig was,
niet langer van de C.M. kon worden
geweerd. Voornoemde bestuursleden
hebben zich bij deze argumenten
neergelegd. Toen is met hen de
overeenkomstige afspraak gemaakt, dat in soortgelijke
gevallen, ~~wanneer de betrokkene~~
~~in het bezit van een groothandelserkenning~~
~~is en overigens bekwaam om een~~
~~pakhuis te huren, toegang tot de~~
~~C.M. zal worden verleend~~; het
verhuren van open plaatsen zou slechts
geschieden, nadat [in ieder bijzonder geval] ~~overleg~~ met den
handel was gepleegd.

[In de linkermarge ter vervanging van de doorhaling:]
† de betrokkene
toeg v tot de
C.M. zou worden
verleend als
grossier - huurder
v.e. pakhuis

[In de linkermarge midden:]
Het aantal
open plaatsen
is nml. practisch
gesproken ongelimiteerd
terwijl het huren
van een open plaats
in de buitenlucht
geen hooge
financieele
eischen stelt aan
den gegadigde

[Vervolg hoofdtekst:]
Tijdens de besprekingen over
den winteropslag van groente in
Januari jl. is van de zijde der
Inm. [?] terloops gesproken over de toe-
lating van den grossier J. P. Kruit,
die m.i.v. 1 Februari jl. een pakhuis
op de C.M. wenschte te huren. [blijkens de organisatie van de] De
groothandelaren verklaarde toen bij monde
van den heer Kramer, dat, ook als dit feitelijk
voldeden de in December 1940 ge-
maakte afspraak ook voor hem van
toepassing was. Men was het er over
eens, ~~omdat~~ dat de pakhuizen niet
onverhuurd moesten blijven, als
er goede gegadigden voor waren.

[In de linkermarge onderaan:]
† Genoemde
Kruit kocht
voorheen vooral
groente op het
veiling - in het
land welke hij
bij varkenshou-
ders verkocht, een
vorm van handel
welke onlangs
zoveel mogelijk
werd tegengegaan.
Ik stelde dit geval
aan de orde om de
uitspraak van het
geval Lindeman
waarin voor de November
reeds een
gezagshulper was
tegengekomen

[Vervolg hoofdtekst:]
Toen in einde Maart 1941
[die lid was van het Agrarisch Front] C. D. v d Staal zich vervoegde bij den
bedrijfschef van mijn dienst om als
grossier op de C.M. te worden toegelaten,
waar hij een pakhuis wilde huren, heb
ik doen onderzoeken, of hij voldeed
aan de voorwaarden die waren gesteld tot deze markt. Dit document vormt een verslag van het beleid omtrent de toelating van handelaren tot de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren.

De kernpunten uit de tekst zijn:
1. Rechtsgelijkheid en Precedent: Door de zaak-Lindeman is vastgesteld dat grossiers met de juiste papieren (V.G.C.-erkenning) en kredietwaardigheid niet zomaar geweigerd kunnen worden voor pakhuisruimte.
2. Beleidsonderscheid: Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen het huren van een pakhuis (strengere eisen) en een 'open plaats' in de buitenlucht (minder eisen, want onbeperkte ruimte).
3. Casus Kruit: Er was discussie over grossier J.P. Kruit omdat hij groenten opkocht voor varkenshouders, een handel die de autoriteiten wilden inperken. Desondanks werd besloten dat leegstaande pakhuizen aan 'goede gegadigden' verhuurd moeten worden.
4. Politieke context: Bij de aanvraag van C.D. van der Staal wordt expliciet tussen de regels genoteerd dat hij lid was van het Agrarisch Front. Dit duidt op de toenemende invloed van nationaalsocialistische organisaties op de economische ordening. De tekst is geschreven in het voorjaar van 1941, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie en voedselvoorziening steeds strakker begon te reguleren (de 'gelijkschakeling'). De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de distributie van groenten en fruit.

De vermelding van het Agrarisch Front is historisch saillant; dit was de nationaalsocialistische boerenorganisatie die later opging in de Landstand. Het document laat zien hoe de marktmeester of ambtenaar worstelt met de balans tussen oude marktregels (gebaseerd op vakbekwaamheid en erkenning door handelsverenigingen zoals de V.G.C.) en de nieuwe politieke werkelijkheid waarbij leden van pro-Duitse organisaties aanspraak maakten op marktposities.

Samenvatting

Dit document vormt een verslag van het beleid omtrent de toelating van handelaren tot de Centrale Markt in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren.

De kernpunten uit de tekst zijn:
1. Rechtsgelijkheid en Precedent: Door de zaak-Lindeman is vastgesteld dat grossiers met de juiste papieren (V.G.C.-erkenning) en kredietwaardigheid niet zomaar geweigerd kunnen worden voor pakhuisruimte.
2. Beleidsonderscheid: Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen het huren van een pakhuis (strengere eisen) en een 'open plaats' in de buitenlucht (minder eisen, want onbeperkte ruimte).
3. Casus Kruit: Er was discussie over grossier J.P. Kruit omdat hij groenten opkocht voor varkenshouders, een handel die de autoriteiten wilden inperken. Desondanks werd besloten dat leegstaande pakhuizen aan 'goede gegadigden' verhuurd moeten worden.
4. Politieke context: Bij de aanvraag van C.D. van der Staal wordt expliciet tussen de regels genoteerd dat hij lid was van het Agrarisch Front. Dit duidt op de toenemende invloed van nationaalsocialistische organisaties op de economische ordening.

Historische Context

De tekst is geschreven in het voorjaar van 1941, een periode waarin de Duitse bezetter de Nederlandse economie en voedselvoorziening steeds strakker begon te reguleren (de 'gelijkschakeling'). De Centrale Markt in Amsterdam was het zenuwcentrum voor de distributie van groenten en fruit.

De vermelding van het Agrarisch Front is historisch saillant; dit was de nationaalsocialistische boerenorganisatie die later opging in de Landstand. Het document laat zien hoe de marktmeester of ambtenaar worstelt met de balans tussen oude marktregels (gebaseerd op vakbekwaamheid en erkenning door handelsverenigingen zoals de V.G.C.) en de nieuwe politieke werkelijkheid waarbij leden van pro-Duitse organisaties aanspraak maakten op marktposities.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6