Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 426
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven correcties en handtekening.

14 juni 1941. Van: De Bedrijfschef waarnemend (wnd.) van de Centrale Markt (waarschijnlijk H. Heemskerk).

Origineel

Getypte brief met handgeschreven correcties en handtekening. 14 juni 1941. De Bedrijfschef waarnemend (wnd.) van de Centrale Markt (waarschijnlijk H. Heemskerk). den Heer Directeur.

Toen op 10 Jan. 1941 [handgeschreven boven doorgehaald 1940] door de fa. Krant een jaarcontract voor zolder hal no. 12a. werd aangegaan, deed deze zulks niet omdat er op dat moment zoo overvloedig "handel" (fruit) was, waarin deze fa. gewoon was zaken te doen, doch met de bedoeling en onder de mededeeling hierop kool op te slaan, een artikel waarvan niet alleen deze firma verwachtte dat het in de eerste "oorlogswinter" een zoete winst zou afwerpen. Deze speculatie is haar totaal mislukt en wel voornamelijk, doordat zij van dit artikel en zijn behandeling totaal geen verstand bleek te bezitten. Op een gegeven moment toch verscheen de huurder [handgeschreven in de marge:] het in van pakhuis hal no. 10 bij mij met de klacht, dat zijn pakhuis lekte.

Een ingesteld onderzoek wees uit, dat de sappen van de ondeskundig behandelde (of niet behandelde) kool van de fa. Krant naar omlaag "dreven". Op mijn aanzegging heeft hierop de fa. Krant door verwijdering van de kool "het lek gedicht". Krant beroept zich dan in deze ten onrechte op het feit dat er geen "handel" zou zijn, waarmee hij kennelijk fruit bedoelt. Buitenlandsche fruit was er op het moment van het aangaan van het contract al niet en werd wel door niemand binnen een paar maanden verwacht, terwijl aan een ieder (ook aan Krant) bekend kan zijn dat het Hollandsche harde fruit in het voorjaar "afloopt". Heeft hij de kool op het oog, dan mogen we ook hier toch wel aannemen, dat hij er mee bekend is geweest dat dit een seizoensartikel is.

Afgezien van de wijze waarop de fa. Krant meent zaken te moeten doen, meen ik U te moeten voorstellen geen voorstel tot ontheffing van haar contract te doen. Al te gemakkelijk is men vroeger, zonder het gewenschte grondige onderzoek naar de financieele omstandigheden van belanghebbenden, tot ontheffingsvoorstellen overgegaan.

Hieronder waren gevallen waarin de aanvragers zeer wel in staat werden geacht aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Ook betrof een en ander nog al eens een pand, dat door loting aan huurder was toegewezen, waarbij de gemeente dus steeds de kwade kans had, aangezien het zeer wel mogelijk kan zijn geweest, dat de "afvallers" gegadigden wel in staat waren geweest hun contract na te komen. Bovendien komt het dikwijls voor dat bergruimten met lage huur, als deze zolder, korten tijd na de aanvang van een contract aan andere gegadigden kunnen worden verhuurd, hetgeen naar ik mij meen te herinneren ook met zolder 12a. het geval is geweest. Ik meen dan ook in het algemeen te moeten adviseeren, zoolang geen onvermogen of zeer bijzondere omstandigheden vaststaan, geen voorstellen tot contractsontbinding te doen.

Willen we tot opvoering van het peil van den grossiersstand op de Centrale Markt geraken, dan zullen zijleden er o.m. [handgeschreven] van doordrongen moeten worden, dat men ook de met de gemeente aangegane verplichtingen, zoo eenigszins mogelijk, dient na te komen.

De Bedrijfschef wnd.
[Handtekening: H. Heemskerk]

Amsterdam 14 Juni 1941 Dit document betreft een intern zakelijk advies binnen het beheer van de Centrale Markthallen in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van het geschil is een mislukte speculatie door de firma Krant. Deze firma, normaal gesproken handelend in fruit, huurde een zolder (12a) om kool op te slaan in de hoop op hoge winsten tijdens de eerste "oorlogswinter". Door ondeskundigheid ging de kool rotten, waarbij de sappen door de vloer lekten naar het pakhuis eronder (no. 10).

De firma Krant probeerde vervolgens onder het huurcontract uit te komen met het excuus dat er geen "handel" (fruit) beschikbaar was. De bedrijfschef wijst dit resoluut af:
1. Deskundigheid: De firma wist dat ze kool opsloeg en had de risico's moeten kennen.
2. Marktomstandigheden: Het gebrek aan fruit was ten tijde van het afsluiten van het contract al een bekend feit.
3. Precedentwerking: De schrijver pleit voor een strenger beleid ten aanzien van het ontbinden van contracten. Hij stelt dat de gemeente Amsterdam (eigenaar van de markthallen) te vaak coulant is geweest bij ontheffingsverzoeken.
4. Moraliteit: Er wordt geappelleerd aan het "peil van de grossiersstand"; handelaren moeten hun contractuele verplichtingen jegens de gemeente nakomen. De brief is gedateerd op 14 juni 1941, ruim een jaar na de Nederlandse capitulatie. De context van de Tweede Wereldoorlog is overduidelijk aanwezig ("oorlogswinter", gebrek aan "Buitenlandsche fruit"). De Centrale Markthallen in Amsterdam-West waren het vitale centrum voor de voedselvoorziening van de stad.

In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributie. Handelaren probeerden vaak te speculeren met producten die langer houdbaar waren, zoals kool, om te profiteren van prijsstijgingen. De brief toont de bureaucratische realiteit van die tijd: ondanks de oorlogsomstandigheden hield het marktbeheer vast aan strikte zakelijke principes en contracten om de orde en de inkomsten van de gemeente te waarborgen. De handgeschreven correctie van het jaartal (van 1940 naar 1941) suggereert een nauwgezette administratie.

Samenvatting

Dit document betreft een intern zakelijk advies binnen het beheer van de Centrale Markthallen in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van het geschil is een mislukte speculatie door de firma Krant. Deze firma, normaal gesproken handelend in fruit, huurde een zolder (12a) om kool op te slaan in de hoop op hoge winsten tijdens de eerste "oorlogswinter". Door ondeskundigheid ging de kool rotten, waarbij de sappen door de vloer lekten naar het pakhuis eronder (no. 10).

De firma Krant probeerde vervolgens onder het huurcontract uit te komen met het excuus dat er geen "handel" (fruit) beschikbaar was. De bedrijfschef wijst dit resoluut af:
1. Deskundigheid: De firma wist dat ze kool opsloeg en had de risico's moeten kennen.
2. Marktomstandigheden: Het gebrek aan fruit was ten tijde van het afsluiten van het contract al een bekend feit.
3. Precedentwerking: De schrijver pleit voor een strenger beleid ten aanzien van het ontbinden van contracten. Hij stelt dat de gemeente Amsterdam (eigenaar van de markthallen) te vaak coulant is geweest bij ontheffingsverzoeken.
4. Moraliteit: Er wordt geappelleerd aan het "peil van de grossiersstand"; handelaren moeten hun contractuele verplichtingen jegens de gemeente nakomen.

Historische Context

De brief is gedateerd op 14 juni 1941, ruim een jaar na de Nederlandse capitulatie. De context van de Tweede Wereldoorlog is overduidelijk aanwezig ("oorlogswinter", gebrek aan "Buitenlandsche fruit"). De Centrale Markthallen in Amsterdam-West waren het vitale centrum voor de voedselvoorziening van de stad.

In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en distributie. Handelaren probeerden vaak te speculeren met producten die langer houdbaar waren, zoals kool, om te profiteren van prijsstijgingen. De brief toont de bureaucratische realiteit van die tijd: ondanks de oorlogsomstandigheden hield het marktbeheer vast aan strikte zakelijke principes en contracten om de orde en de inkomsten van de gemeente te waarborgen. De handgeschreven correctie van het jaartal (van 1940 naar 1941) suggereert een nauwgezette administratie.

Locaties

Amsterdam.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6