Handgeschreven ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief/memorandum. 10 september 1941. grossier S. Kloots / Centrale Markt
A’dam 10/9 1941
W. h. M. 66/19/1
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat [v.o.] de joodsche grossier S. Kloots, Swammerdamstr. 51, die voor het kalenderjaar 1941 een plaats bezet in de hal op de C. M. van den Rijks-commissaris de mededeeling heeft ontvangen, dat hij zijn zaak voor 20 September a.s. moet liquideeren.
Zijn zoon, J. Kloots, wien thans als personeel zijn vader toegang tot de C. M. is verleend, verzocht thans hem als grossier tot de markt toe te laten om daar de groothandel [doorgestreept: de zaken van] in groenten + fruit uit te oefenen [doorgestreept: zijn vader voort te zetten]; Kloots Jr is in het bezit van een groothandels-erkenning der N.V.C.
Aangezien Kloots eveneens Jood is, verzoek ik U beleefd mij [doorgestreept: te instrueeren] dus nagaan hoe ik ten deze heb gehandeld.
[Onderschrift/handtekening: onleesbaar, mogelijk initialen s.d.] Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een dilemma wordt voorgelegd aan de wethouder van de gemeente Amsterdam. De kern van de zaak is de uitsluiting van Joodse ondernemers van de Centrale Markt als gevolg van de anti-Joodse verordeningen van de Duitse bezetter (Rijkscommissaris Seyss-Inquart).
Opvallende punten:
1. Terminologie: De term "joodsche grossier" wordt expliciet gebruikt, wat aangeeft dat het registreren en selecteren op basis van afkomst in september 1941 volledig was geïmplementeerd in het ambtelijk apparaat.
2. Liquidatie: Salomon Kloots heeft van de bezetter de opdracht gekregen zijn zaak voor 20 september 1941 te beëindigen ("liquideeren"). Dit was een direct gevolg van de verordening die Joden verbood bedrijven te leiden.
3. De zoon: Zijn zoon J. Kloots probeert de zaak legaal over te nemen omdat hij beschikt over een officiële erkenning van de N.V.C. (Nederlandsche Vereeniging van Commissiehandelaren in groenten en fruit).
4. Ambtelijke voorzichtigheid: De afzender vraagt om instructies (later gewijzigd naar "nagaan hoe ik heb gehandeld") omdat hij weet dat het toestaan van een andere Joodse ondernemer in strijd is met de geldende nationaalsocialistische politiek, ondanks de geldige papieren van de zoon. In 1941 werden de maatregelen tegen Joodse ondernemers in Nederland steeds stringenter. Vanaf het voorjaar van 1941 moesten Joodse bedrijven worden aangemeld bij de Wirtschaftsprüfstelle. Veel van deze bedrijven werden onder toezicht van een 'Verwalter' (bewindvoerder) gesteld of gedwongen geliquideerd.
De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center-locatie bij de Jan van Galenstraat) was een cruciaal distributiepunt. De bezetter wilde de Joodse invloed in de voedselvoorziening volledig elimineren. Salomon Kloots (geboren in 1888) en zijn gezin zijn slachtoffer geworden van deze 'ontjoodsing'. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Salomon en zijn vrouw de oorlog niet hebben overleefd; zij werden in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document legt het bureaucratische proces vast dat aan hun deportatie en de vernietiging van hun broodwinning voorafging.